Vijf dode wespen en een slapeloze nacht: “Waarschijnlijk is het niet alleen maar zingend je huis dweilen”

by

Toen ik op maandagochtend de vijf dode wespen op mijn vloer vond, had ik moeten weten dat het een teken was.

Het is nu tien over twee ’s nachts, en ergens in mijn borstkas ontvouwt zich een klein vuur van paniek. Misschien komt het doordat ik zojuist maar liefst drie slome wespen gevangen heb die zich verscholen hielden in mijn bed, of door het feit dat mijn to-do-list voor de volgende dag zo lang is dat die niet eens op mijn notitieblok past. Mijn afwas moet nog gedaan worden. Mijn huis is te stoffig naar mijn zin. Mijn zonnebloemen in de vaas op tafel zijn alweer dood. Hun bladeren hangen verdrietig naar beneden, een beetje verdord, lichtelijk geel gekleurd aan de tipjes. Ze lijken teleurgesteld dat ik ze niet genoeg water heb gegeven.

Ze zijn niet de enigen die teleurgesteld zijn. Zelfs het scheutje bleek in de vaas mocht mijn bloemen niet redden. Ik tel op mijn vingers de uren totdat ik moet opstaan. Slecht idee, zingt het vuur in mijn borstkas. De vlammen likken aan mijn binnenste en ik probeer te huilen en het lukt niet eens meer.

Half drie. Het is buiten zo donker dat ik de sterren niet eens kan zien. Wie legt ons eigenlijk deze verwachtingen op? Wie verwacht nu eigenlijk van mij dat mijn huis er altijd perfect uitziet, ik elke dag een leuke outfit draag, al mijn werk nog vóór de deadlines afmaak en altijd verse maaltijden eet? Wie wil er per se dat mijn nagels allemaal mooi zijn (niet een ontbrekende, eentje afgebroken bij de duim, wat mijn typen trouwens niet bevorderd, en een met een gekke vlek erop), mijn bed elke dag opgedekt is en ik al mijn planten in leven hou?

Het antwoord is heel voorspelbaar.

Ik wil dat.

Ik verwacht dat van mij.

En ik verwacht dan eigenlijk ook nog dat ik me altijd goed voel terwijl ik dit doe.

Maar goed, volwassen worden gaat niet zonder slag of stoot. Waarschijnlijk is het niet alleen maar zingend je huis dweilen en cake bakken en je oh-zo-zelfstandig voelen wanneer je een tandarts afspraak op tijd inplant. Het is dus ook om drie uur ’s nachts googelen of je misschien een wespennest in je huis hebt. Je vriendin appen die goed is met planten zodat zij je kan vertellen hoe je het beste een woestijnplant in leven moet houden die eigenlijk heel makkelijk zou moeten zijn maar die jij toch halfdood hebt weten te renderen. Al je witte was per ongeluk lichtroze maken en agressief een rode sok van je balkon gooien alsof het iets veranderd aan je wit-maar-nu-pastelkleurige onderbroeken. Je column schrijven, een week na de deadline, om drie uur ’s nachts, omdat je bij elke kriebel op je huid weer een wesp verwacht te zien en je op deze manier in ieder geval al één ding van de ellenlange to-do-list kan wegstrepen.

Je zou het ook multitasken kunnen noemen. Wat ik ook doe, ik ben me ook tegelijkertijd nog zorgen aan het maken en dat is eigenlijk best knap. Ik weet niet of de mensen die dit lezen soms ook rode sokken van hun balkon gooien en onsterfelijke cactussen dood weten te krijgen, maar ik wil jullie in ieder geval vertellen dat het niet allemaal constant op rolletjes hoeft te lopen. Mijn huis mag stoffig zijn. Mijn werk mag af en toe chaotisch zijn. Niemand heeft er last van als ik een keer (of twee keer) pizza eet in plaats van een interessant baksel. Dat is oké. Het vuur smeult zacht na in mijn binnenste, uitgeblust door vermoeidheid. Ik kruip onder mijn lichtroze dekbed en hoop dat de wespen me met rust laten, zodat ik in de ochtend hetzelfde kan doen met mijn zorgen. Ze lekker met rust laten.

No tags 0 Comments 0

No Comments Yet.

What do you think?

Your email address will not be published. Required fields are marked *