Misère: “We kunnen toch niet blijven buiten spelen, alsof er niks aan de hand is?”

by

In maart besloten mijn goede vriend Johannes en ik elkaar elke dag te schrijven.
Dit hebben we met veel enthousiasme gedaan.
Voor één dag.

Judith:
Ik vroeg me af of ik nog leefde.
Zonder ontmoetingen, water om in te zwemmen, mensen om te zoenen, kindergelach. Wat is leven zonder lentekriebels in maart? Ik loop langs een stel lege schommels. Hoelang zullen ze al niet geduwd zijn? De bloemen bloeien. Ben ik al dood? Een briesje ademt kippenvel op mijn arm. Tegen mijn andere arm duwt mijn hond haar snuit, alsof ze wil zeggen: “Hallo, ik ben er.” Gelukkig, hond, ik gelukkig ook.

 Johannes:
Ik heb geen hond. Ben allergisch voor die rotbeesten. Ik heb wel elf kamerplanten. Een keer per week krijgen ze water. Daar moeten ze het maar mee doen. Ze praten niet en hebben geen snuit. Ik zit binnen. Achter een scherm. Een kutscherm. Ik kijk naar mezelf, een klein rechthoekje in de zoveelste online vergadering. Ik zie er moedeloos uit, vind ik. Ik denk aan alle vreselijke dingen die ik mensen toewens die niet snappen op welke knopjes ze moeten drukken. Ik hoop tot in de diepste krochten van mijn hart dat zij de volgende keer als het heel hard geregend heeft nietsvermoedend op een losse stoeptegel stappen zodat er water uit omhoog spuit en hun broekspijpen drenkt in vieze regendrab. Ik hoop dat het hun dag verpest en dat ze koude benen hebben. Kutdigibeten.

 Vandaag is het acht januari, zo’n 294 dagen later. Tijd voor wat reflectie.

 Het is een jaar om niet, of om zo snel mogelijk wél te vergeten. Om het licht uit te doen
en met je kop onder de dekens te denken aan.
Ja aan wat?

Misschien aan de hond. Misschien. Want ik hou me groot, maar de hond is dood.

Zeker niet aan de was. Die was ik vergeten. Niet helemaal, alleen om uit de machine te halen. Balen. Die zal ondertussen wel beschimmeld zijn. Niet fijn.

Het is januari, maar ik slaap nog met m’n ramen open. Zo gaat het met de winters,
ze zijn nog niet begonnen of al afgelopen.

Hoe moet het toch verder met de wereld?
We kunnen toch niet blijven buiten spelen, alsof er niks aan de hand is?
Terwijl er zoveel mis is. IJsberen moeten op zwemles, want de boel gaat onder water.
Maar de subsidie was nog niet rond, dus zwemles wordt er op de Noordpool nog niet gegeven.
Om het even.

Ach de ijsberen zullen moeten acclimatiseren, maar daar heb ik alle vertrouwen in.
Tenslotte lopen bizons in 2021 ook op marmeren tegels.

Ach ik wil niet verder stoken.

Want gelukkig ben ik wél gestopt met roken.

En alles is heus niet zo zwart-wit. Je moet het wat kleurrijker bekijken. Neem bijvoorbeeld mijn vader, die heeft het wel gezien.
Behalve mij dan, mij wil hij niet meer zien.

Mijn studie is naar de knoppen
Geen redden meer aan
Het is gedaan.

Net als mijn verjaardag.
Had ik natuurlijk op facebook moeten zetten.
Maar vergeten.
Net zoals iedereen dus dit jaar.

Ach, het is mijn verjaardag maar.

Gelukkig ben ik wél gestopt met roken.

p.s. ik ben alweer gestopt met stoppen

No tags 0 Comments 1

No Comments Yet.

What do you think?

Your email address will not be published. Required fields are marked *