Het cocktail paradijs: “Op een bordje werd vriendelijk verzocht of men geen goudvissen door het toilet wilde spoelen”

by

Het cocktail paradijs

Terwijl de wereld langzaam ten onder gaat, probeer ik te bedenken welk lettertype het best bij mijn karakter past. Mijn CV behoeft namelijk een kleine facelift. Zo lijkt het mij niet langer nodig om te liegen dat ik ooit in het jeugdbestuur van mijn hockeyclub zat. Ook mijn tijd als ‘Waste Manager’ (vrij vertaald: afwasser) bij een klein Italiaans restaurant mag geschrapt worden. Bij echter een ander horecabaantje houdt de cursor toch even halt. Ik heb namelijk twee jaar in een cocktailbar gewerkt. Iets wat nog steeds op mijn CV pronkt, want tenten als deze maken ze niet meer.

Ik durf te wedden dat de gemiddelde lezer wel het één en ander van cocktails weet. Iedereen heeft wel eens op een huisfeestje gestaan waar een stel hysterische meiden allemaal espresso martini’s drinken. In 2015 was dat wel anders. In Amsterdam waren gin-tonics toen net hip. Op de terrassen zag je opeens overal van die enorme vissenkommen staan. Hoe gekker de garnering hoe beter, zoals gegrilde rabarber met een vleugje oregano.

Het was in deze periode dat mijn huisgenoot kwam te werken bij een barretje op de Reguliersdwarsstraat. Het was gevestigd in een pittoresk rood bakstenen pand met groene luifels. De tent werd gerund door twee kompanen. Zij konden wel de nodige hulp gebruiken, want ook ik werd aangenomen. Wat betreft cocktails was mijn referentiekader niet groter dan James Bond die een wodka martini bestelt.

Het leuke van deze zaak was dat je geen smoking aan hoefde om van een wodka martini te genieten. Iedereen en alles was welkom. Binnen leek het net op een piratenschip/jungle/Texaanse barbecue. In zoverre was er niet echt een peil op te trekken. Overal waren exotische planten neergezet en hingen gekke schilderijtjes met dieren in mensenkleren (die constant gejat werden). Op het toilet stond steevast reggae aan, zodat mensen even tot rust konden komen. Op een bordje werd vriendelijk verzocht of men geen goudvissen door het toilet wilde spoelen.

Het was warm en uitnodigend. Net als mijn collega’s, die er uit zagen als de cast van Baywatch. Eén meisje liet zich herhaaldelijk ontvallen “dat ze er best oké uit zag in bikini” en ik geloofde haar meteen. Haar mannelijke equivalent – de hengst van het bal – zorgde elke avond dat de bar bezet werd door een grote schare vrouwen. Wat de vrouwen niet konden zien, was dat hij vrij korte beentjes heeft, maar toch. De grootste hartenbreker was een Franstalig meisje uit België. Talloze keren werd na sluitingstijd op de deur geklopt door iemand die zijn hart aan haar had verloren. Toen ze terug naar België ging heeft ze ook een stukje van het mijne meegenomen.

In het weekend ging het vuurwerk aan, de voetjes van de vloer, servetten vlogen in het rond, de lampen zwaaiden en porseleinen piñatas vol tequila gingen de rondte. Dan bedoel ik niet van die gele troep, beter bekend als tequilja, maar topspul. Volgende dag op bezoek bij je schoonfamilie? Drink gerust!

Mijn domein was de bovenverdieping, te bereiken via een ijzingwekkende wenteltrap. Hier moest ik vaak een grote tafel met toeristen bedienen. Meer dan eens bestond deze uit wat je noemt een ‘hen party’. Dat zijn een stuk of twaalf Engelse draken, gekleed in vol penis-attire (penispetjes, penisoorbellen, penisfluitjes, penisbrillen, penisbuttons, etc.) die onverstaanbaar naar elkaar aan het schreeuwen zijn. Nu nog houdt het gebrul van die dames met hun penissen mij soms uit mijn slaap.

Als letterlijk de rook was opgetrokken en de tent leeg was, volgde een “bescheiden” nazit met wat collega’s. Voor mij eindigde de avond meestal met een broodje bal bij de kiosk op de hoek. Dan liep ik al slalommend via de Leidsestraat naar huis met een leuke fooi in mijn zak. Het is vooral nu dat ik die tijd mis. Niet omdat ik toen een baan had, maar omdat iedereen zo onbezorgd leek. De bar bestaat niet meer, maar heeft zijn genen verspreid over de stad. Zo heeft de barman met de kleine benen een tent in de Pijp. Ook op de Albert Cuyp bestaat een zaakje waar het elk weekend tequila regent. Mocht je daar staan, denk dan wel even aan dat barretje op de Reguliersdwarsstraat. Daar begon het allemaal.

No tags 0 Comments 0

No Comments Yet.

What do you think?

Your email address will not be published. Required fields are marked *