Een nieuwe neus en een identiteitscrisis: “Die drie opmerkingen dreunden nog jaren na in mijn hoofd”

by

“Zo, en had je al een neus in gedachten die je graag wil hebben?” De man aan de andere kant van de tafel kijkt me verwachtingsvol aan. Ik voel mijn ogen groot worden. Sorry? Maar het is geen grapje. “Eh,” stamel ik. “Eh, ik weet het niet precies. Ik wil iets dat bij mijn gezicht past. Dus ik hoopte eigenlijk dat jij me advies kon geven.” De man knikt begripvol en klikt en schuift een paar keer driftig met zijn muis. “Kijk, je kunt voor zo’n neus gaan. Dan is hij aanzienlijk kleiner, maar nog wel dicht bij je eigen vorm. Maar je kunt ook voor een wat vrouwelijke vorm gaan, zo, een soort wipneus. Al moeten we daar bij jou mee uitkijken, want dan moeten we de punt verder omhoog draaien en je bovenlip is best dun, dus dan ontstaat er misschien te veel ruimte tussen je neus en mond.” De stem van de man verdwijnt op de achtergrond en ik staar naar zijn computerscherm. Daar zie ik mezelf, met de neus die ik in mijn hoofd allang heb. De ‘voor’-foto ziet er juist uit als een vreemde voor mij, ik ken die persoon die ik daar zie niet. De man hoeft niet uit te praten, en ik wijs. “Die,” zeg ik. Zomaar, alsof ik een brood in de supermarkt koop. Maar dan eentje van zesduizend euro.

Ja, ik ga sinds juni dit jaar door het leven met een andere neus dan waar ik mee geboren ben. Zo simpel is het. En toch is het helemaal niet simpel. Ik vond het één van de lastigste beslissingen die ik ooit in mijn leven heb gemaakt. Ik heb er niet voor niets bijna tien jaar mee gewacht. Want afgezien van de belachelijk hoge kosten die een gemiddelde twintiger niet zomaar even van de spaarrekening plukt, zat er voor mijn gevoel nóg een prijs aan me overgeven aan dit verlangen. Wat zou het over mij zeggen als ik deze keuze zou maken? Ben ik oppervlakkig? Leeghoofdig? Geef ik alleen om uiterlijk? Geloof ik stiekem niet in het idee van zelfacceptatie en zelfliefde, hoe hard ik ook aan anderen verkondig dat ik dat wel doe? Zo werd de vraag hoe ik mezelf van buiten zag ineens een vraag over hoe ik mezelf van binnen wilde zien.

Want ik kan hier wel een mooi verhaal ophangen, maar uiteindelijk gaat zo’n verlangen natuurlijk niet verder dan ‘ik wil ook mooi zijn’, of ‘ik wil niet anders zijn’. Maar hoé diep de pijn van jezelf oprecht lelijk vinden gaat, dat beseffen sommige mensen niet. Het is een gevoel dat je tegenhoudt om dingen te doen, te vinden, te zeggen, omdat mensen een wapen tegen je zullen hebben waarmee ze áltijd raak kunnen schieten. In mijn hele leven is er maar drie keer iets over mijn neus gezegd. Alle drie door jongens. Onzekere jongens met piemels kleiner dan mijn neus, waarschijnlijk. Maar toch: precies die drie opmerkingen dreunden nog jaren na in mijn hoofd. Ik begon mijn neus te haten, en de haat naar mijn neus sloeg meer dan eens om naar haat voor mezelf.

Kijk mensen recht aan als je tegen ze praat. Vermijd camera’s, vooral van de zijkant. Bedek de zijkant van je gezicht door met je hand op je wang te steunen. Vermijd gesprekken over neuzen, straks gaan ze op de jouwe letten. Match niet met te knappe jongens op Tinder, straks knappen ze op je af als ze je neus in het echt zien. Verberg hem. Wordt onzichtbaar. Verdwijn.

Ja, doodvermoeiend. Je uiterlijk bepaalt niet wie je van binnen bent, maar onzekerheid vaagt je hele persoonlijkheid weg.

“Maar je bent al zo mooi! Ik heb echt nóóit iets geks aan je neus gezien,” roept een vriendin. De opmerking doet me niets. “Maar ik vind hem lelijk,” houd ik vol. “Ik wil er gewoon niet meer de hele tijd aan denken.” De vriendin is even stil en denkt na. “Zolang je het maar voor jezelf doet, en nooit voor een ander.” Ik beloof het.

Vanaf mijn veertiende wil ik al een neuscorrectie. Maar hoe ouder ik werd, hoe zelfverzekerder. Het willen van een neuscorrectie paste om een of andere reden niet meer bij het beeld dat ik van mezelf had. Door stomme vooroordelen die in mijn hoofd onlosmakelijk verbonden zijn met het woord plastische chirurgie. Nep. Zwak. Hollywood. Oppervlakkig. De Kardashians. ‘Kijk, weer zo één die aan het Instagram schoonheidsideaal wil voldoen.’ Maar is het zo slecht om aan een ideaal te willen voldoen? Er is niets menselijkers dan verlangen naar schoonheid. Al sinds de oertijd zijn we geprogrammeerd om naar schoonheid te zoeken. Toen de mens nog één was met de natuur betekende schoonheid gevaar: gif, pijn, dood, verderf. Hoe feller de kleur, hoe mooier de vorm, hoe alerter het brein. Nog steeds trekt schoonheid alle aandacht. Nog steeds is schoonheid giftig. We willen het, verlangen ernaar, maar het is zelden goed voor ons.

De definitieve beslissing kwam op het moment dat ik nadacht over mijn bruiloft (geen zorgen, pap, mam: mijn hypothetische bruiloft). Stel je voor, ik heb de gelukkigste dag van mijn leven, er is een fotograaf aanwezig die alle bijzondere moment vastlegt, waaronder dé kus. En dan is het enige wat ik ga denken als ik de foto’s zie: nee, die néus staat erop. Bij de gedachte alleen al sprongen de tranen me in de ogen. En ik heb niet eens een relatie. Nu kun je natuurlijk zeggen: meid, je had beter naar een psycholoog kunnen gaan. En ja, dat is misschien wel waar. Acceptatie kun je leren. Maar waarom is de ene oplossing beter dan de andere? Zoals Maxime Meiland in een interview met Robbert Rodenburg zei: “ik had de neus van mijn vader, en meid, die wil je niet.” Inderdaad. Zo makkelijk kan het zijn. “Siri, zoek op ‘neuscorrectie’”.

 “Gelukkig, je lijkt gewoon nog op jezelf. Nee, je lijkt zelfs een beetje meer op mij. Je hebt nu mijn neus!” roept mijn moeder.

Onze cellen vernieuwen zich elke zeven jaar volledig. En ondanks dat ons lichaam dus compleet nieuw is, iedere zeven jaar weer, gaan onze herinneringen een leven lang mee. In hoeverre bepaalt je uiterlijk dan wie je bent? Ben ik nu, met mijn nieuwe neus, iemand anders?

Ik scrol gedachteloos door TikTok. Op de app is er een trend waarbij mensen de zijkant van hun gezicht laten zien, en een prachtige vrouw roept mensen mét een ongewone neus op om mee te doen. Ze laat haar neus ook zien. Eentje met een bochel. Het doet niet af aan haar schoonheid. Ik glimlach trots. Zo’n neus heb ik ook. Tot ik het me realiseer. Onee. Die heb ik niet meer. Het is voor het eerst in de vijf maanden sinds mijn operatie dat ik me een beetje raar voel. Is het spijt? Ongemak? Of bijna een soort schuldgevoel naar deze mensen, alsof ik door mijn keuze tegen hen zeg dat ze niet mooi zijn? Ik zucht.

Nee, ik ben gewoon nog steeds dezelfde persoon.

No tags 0 Comments 1

No Comments Yet.

What do you think?

Your email address will not be published. Required fields are marked *