Drieëntwintig keer woordwaarde: “Therapeuten komen niet op je verjaardagsfeestje.”

by

Ik heb vaak het idee dat ik best volwassen ben voor iemand van drieëntwintig. Dat wijt ik aan het feit dat ik sinds mijn achtste nogal worstel met mijn mentale gezondheid. Dat ik al op jonge leeftijd veel over mezelf heb geleerd. Dat ik als tiener meer hulpverleners dan vrienden had. Dat ik weet hoe de wereld en het leven keihard kunnen zijn, en dat ik dat met enige nuance kan zien. Het maakt dat ik ben wie ik nu ben. Het maakt dat ik dit stuk kan schrijven. Dat ik een betaalde baan heb bij de organisatie waar ik zelf elf jaar lang behandeld ben. Ik zie er de positieve kanten wel van in.

Mensen vragen me weleens of ik het jong zijn niet heb gemist toen ik als tiener vooral bezig was met therapie, in klinieken zitten, en proberen door te krijgen dat het leven echt niet zo zwaar is als het soms voelt. Ik zeg dan meestal nee. Maar dat is misschien wat ik mezelf voorhoud. Therapeuten komen niet op je verjaardagsfeestje. De psychiatrie-bijbel DSM V is geen young adult thriller. Kerst is niet tof op een gesloten afdeling. Behalve misschien die keer dat ik er de hele kerst in mijn korte broek heb rondgelopen zodat ik op de vraag “Ben je wel helemaal lekker?” met ‘nee’ kon antwoorden, dat vond ik dan metaforisch gezien hilarisch. Mijn punt is; natuurlijk heb ik dingen gemist. En het is ook niet zo dat ik helemaal geen normale jongere-dingen heb gedaan. Ik heb ook weleens gedronken en gedanst, ik ben naar festivals gegaan en heb daar stiekem drugs geprobeerd. Maar ik heb me in die jeugdigheid altijd eenzaam gevoeld. Ik had het gevoel er toch niet helemaal tussen te passen. En dat maakt dat ik me ervoor af ben gaan sluiten.

Ik ben drieëntwintig en ik vind mezelf al best volwassen. Ik ben godverdomme drieëntwintig, ik vind mezelf al best volwassen. Ik ben pas drieëntwintig en ik zou willen dat ik me wat comfortabeler zou voelen bij de jeugdige onbevangenheid. Ik zou willen flirten met het concept yolo en me er dan af en toe flink door in mijn reet willen laten nemen, omdat je daar enkel maar van kunt leren en groeien.

Toen ik gisteren met mijn vader en mijn zusje Scrabble speelde heb ik een half uur zitten gniffelen omdat ik het woord KONTNEUKEN had weggelegd.

Er gloort nog hoop.

No tags 0 Comments 1

No Comments Yet.

What do you think?

Your email address will not be published. Required fields are marked *