De mood zakt me in de schoenen: “Ik begin langzaam te hopen op een nieuwe lockdown”

by

Het is elf uur wanneer ik mijn laptop openklap en mijn mailbox open. In mijn linkerhand heb ik een boterham met chocoladepasta. Het brood heb ik gisteren bij de supermarkt gekocht. Het brood is vies. Het is niet zo dat ik erg laat wakker ben geworden, nee, ik was op een redelijk christelijke tijd wakker. Toen ik wakker werd pakte ik mijn telefoon en zocht ik op de socials naar enige bevestiging van de gewichtigheid van mijn bestaan. Ik vond het niet. Nu, een paar uur later, zit ik naar mijn laptop scherm te staren. Ik lees mijn mailtjes wel, maar ik léés ze niet. Wanneer ik mijn boterham chocoladepasta verorberd heb rook ik een sigaret in de valse hoop er een moment van intellectuele verlichting door te ervaren. ​‘Roken, daar steek je wat van op!​’ luidt het spreekwoord. Dat ik dat spreekwoord gisteren heb bedacht doet er niet toe.

Op een helder moment voorzie ik een mailende collega van repliek; ​‘Sorry. Het lukt me vandaag even niet.’.​ Maar ik weet ook niet wie ik voor de gek houd. Het lukt me al weken niet. Ik krijg bijzonder weinig uit mijn handen, ik kan me amper concentreren, en een normale conversatie voeren blijkt ook lastig. Misschien is het de omslag van het weer, misschien zijn het de nieuwe maatregelen waardoor mijn sociale leven enigszins wegvalt, misschien hoort het er gewoon bij. Ik zou mijn huidige staat van zijn niet als een depressie willen bestempelen, daar gaat het nog te goed voor. Ook het woord dipje​ ​gebruik ik liever niet. Het woord dipje doet me denken aan nacho’s eten. Begrijp me niet verkeerd, ik houd van nacho’s, maar denken aan nacho’s eten maakt dat ik me dik voel. Omdat ik in de vorige twee zinnen drie keer het woord nacho’s heb gebruikt overweeg ik een sportschoolabonnement. Ik begin langzaam te hopen op een nieuwe lockdown, dan heb ik een excuus om niet naar de sportschool te hoeven.

In mijn naamloze niet bijster gelukzalige gemoedstoestand begin ik ook erg te twijfelen aan mijn schrijfcapaciteiten. Mijn gedichten vind ik maar sinterklaasrijm, mijn columns ook niet veel meer dan een gevalletje ‘leuk geprobeerd’. Mijn beste vriendin appte me: “Jesse. Ik stomp je, met je imposter syndrome!”. Het imposter syndrome komt kort gezegd hierop neer: het idee hebben dat wat je doet echt niet goed genoeg is en dat, hoeveel bewijs er ook is van de kwaliteit ervan, mensen er op een gegeven moment achter gaan komen dat dat inderdaad zo is. Klinkt bekend. Het leek me goed om te kijken wat ik er aan zou kunnen doen. Volgens Wikipedia is een van de meest gebruikte behandelmethoden schrijftherapie. De ironie is nog niet dood.

No tags 0 Comments 3

No Comments Yet.

What do you think?

Your email address will not be published. Required fields are marked *