De klok waarin mijn vader schuilt: “Het was overleven, fysiek en emotioneel”

by

Ik herinner mij het tikken van de klok, het was een antieke boerenklok. Donker kersenhout. Atlas prijkte bovenaan en droeg de wereld op zijn schouders. Links en rechts van hem stonden engelen. Zijn gewicht rustte op de grote wijzerplaat. De klok was wit, met Romeinse cijfers. De houten buik droeg twee zware gewichten. Een slinger. Het slingeruurwerk tikte. In ieder huis waarin wij ons intreden deden, tikte de klok. Zijn zware buik droeg het geluid uit. Het galmde door de gang. De klok met Atlas op zijn kop. De klok zag alles, maar is nu stil. Ik hoor de klok in mijn gedachten. Ik zie hem hangen. In al zijn statigheid, in elke gang van elk huis waar wij woonde.  De klok is weg. Ons gezin is ons gezin niet meer en het is pas nu dat ik nadenk over die grote klok, waar de herinneringen zich omheen scharen. Schaterlachende zusjes die de slinger een hengst geven. Een vader die met een antieke sleutel ’s zomers de tijd verzette en dat ’s winters nogmaals deed.

De klok hing in de gang van onze huizen en nu ook in de gang van mijn herinneringen.

Het was mijn vaders klok. Eigenlijk was alles wat antiek en zwaar was van mijn vader. Iets dat hem ironisch genoeg goed omschrijft. Hij was geen grote man, maar in mijn ogen was hij gigantisch. Zijn lengte viel in het niet bij de grootte van zijn ego. Zijn kale hoofd, zijn ruwe donkere geborstelde wenkbrauwen. Een delicate, ronde, massief gouden bril omringde zijn helderblauwe ogen. De brede, aanwezige neus viel subtiel weg in de ronde vorm van zijn hoofd. Zijn gezicht was vrijwel altijd gekleurd door de zon. Zijn rimpels beperkte zich tot de frons op zijn voorhoofd en vormden zich als lachrimpels rondom zijn ogen. Mijn vader was een charmante man. Een enorm ijdele man. Zijn zondes die zijn zondes niet waren weerspiegeld in het blauw van zijn ogen. Hij geloofde niet in fouten. Niet in zijn eigen fouten, wel in die van een ander.

Mijn vaders leven was een opeenstapeling van trauma’s. Een ondergedoken vader tijdens de oorlog. Razzia’s midden in de nacht. Het leven alleen met zijn moeder die hem op handen droeg. Soms denk ik dat zijn moeder hem harder nodig had dan hij haar. Het was overleven, fysiek en emotioneel. Mijn vader, toen nog een klein kind, moest blijven leven. Zijn vader moest een gezin hebben om naar terug te keren. Toen de pure ellende voorbij was, was mijn vader zeven en  zijn vader niet meer.

Na de oorlog werd mijn vader naar Denemarken gestuurd om aan te sterken. Na zeven jaar als een Siamese tweeling verbonden te zijn geweest met zijn moeder moest hij weg. Twee jaar later kwam hij terug in een gezin dat zijn gezin niet meer was. Het leven ging verder. Baby’s werden geboren, zijn vader sprak amper. Wanneer er werd gesproken was er ruzie. Het oedipuscomplex vierde hoogtij.

Ik voel mijn eigen wanhoop wanneer ik denk aan mijn vaders grote handen en zijn gebrek aan liefde. De wanhoop voor aandacht, affectie en liefde.  Mijn verlangen van iemand die hetzelfde verlangen droeg zijn leven lang. Een vader zo beschadigd dat hij dat met geen mogelijkheid geven kon. Het verschil in generatie. Kind van een oorlog. Zelfs al zou hij bereid zijn de manipulatieve molen stop te zetten, zelfs dan zou het een strijd op leven na dood zijn. En als hij die strijd aan had durven gaan, dan had dat betekent dat hij genoeg liefde voor zichzelf voelde om dat te doen. Maar die liefde was er niet. Zoals de continue angst om te leven in een omgeving waar alles ieder moment van je kan worden afgenomen, zo leefde hij ook in de continue angst dat hij ieder moment van de dag geconfronteerd kon worden met de werkelijkheid van zijn eigen persona.

Er waren momenten van zachtaardigheid. Momenten van warmte. Herinneringen die mij meenemen naar de klok in de gang. De kersenhouten klok. Het antieke slinger uurwerk met Atlas op zijn kop. Een zoete adem met de geur van bier en pinda’s die sluimerend achterbleef in mijn slaapkamer na een wens welterusten. Een kinderlijk deuntje, opnieuw en opnieuw, pomptiedom, pomptiedom, pomptiedom, een privé-concert liggend op mijn vaders schouders wanneer hoofdpijn alles was wat ik kon voelen. En het tikken van de klok. De klok waarin mijn vader schuilt.

Ik weet niet of mijn vader ooit écht van mij heeft gehouden, maar ik houd vast aan wat voor mij als liefde voelde. Zoals ik vast houd aan de zoete leugens die mijn herinneringen vormen. Laat die zoete leugens bestaan, al is het maar om de wonden te helen. Om de pleisters te vervangen met stug littekenweefsel. Vrijwel onverwoestbaar, maar zichtbaar genoeg om mij te herinneren aan de eeuwig durende strijd van mijn vader. En laat de klok maar tikken, in de onbewoonde gangen van mijn herinneringen. Vredig en voor altijd.

No tags 0 Comments 3

No Comments Yet.

What do you think?

Your email address will not be published. Required fields are marked *