De favorieten van Quirine Brouwer

by

Het Lief Dagboek bestaat 3 jaar en om dat te vieren blikken we terug op al het moois wat we gedaan hebben. Iedere schrijver heeft voor de gelegenheid 2 favoriete columns gekozen, een van de schrijver zelf en een van een andere schrijver. De favorieten van Quirine Brouwer: ‘Het sprookje van het meisje dat schrijver was’ en ‘(On)eerlijk, ongecensureerd en schaamteloos’ door Judith Oosterwijk.


Het sprookje van het meisje dat schrijver was: “Ik bleek – shock, horror – helemaal niet zo speciaal te zijn”

Ik wil je graag iets vertellen over een meisje dat ik ooit kende. Ze was schrijver en beschikte over een oneindige stroom aan woorden, die op papier verschenen als magie: er waren geen momenten van twijfel, en alle woorden zeiden precies wat ze moesten zeggen. Iedereen prees haar om haar bijzondere talent, en het was overduidelijk dat dit haar roeping was. Tot op een dag haar talent verdween, zomaar. De stroom van woorden kwam sputterend tot een einde, en het meisje moest accepteren dat ze geen schrijver meer was.

Dat sprookje kende je vast nog niet, hé? Drie keer raden wie het meisje uit het verhaal is. Juist, ja. Dit gedicht schreef ik toen ik acht was:

als ik een bloempje was
had ik niets te vrezen
hoefde ik nooit naar school
om te leren lezen
sta te stralen in het zonnetje
in een pot op het balkonnetje
alleen de winter vind ik rot
hang ik maar slap, in die pot
maar de winter is ook iets
waar ik me niet mee bemoei
want als het weer lente is
sta ik gewoon in bloei

Literair hoogstandje? Nee, natuurlijk niet, maar destijds vond ik van wel. Een meesterwerk, daar was ik van overtuigd. Trots verkondigde ik aan iedereen dat ik schrijver was. Gedichten zoals die hierboven droeg ik plechtig voor aan mijn gewillige publiek, dat bestond uit mijn ouders en twee zussen. Ik twijfelde geen moment of wat ik schreef wel of niet goed was: natuurlijk was het goed, ik was toch schrijver? Ik bevond me op een pad dat me in één rechte lijn zou brengen naar het moment dat ik een eigen boek zou schrijven, dat uiteraard een wereldwijde bestseller zou worden.

Ik weet niet waar dat pad gebleven is, maar ik heb ergens halverwege een afslag naar ‘onzekerheid en creatieve frustratie’ genomen en heb daar vrolijk verder gewandeld. De laatste tijd vraag ik me steeds vaker af waar dat rotsvaste vertrouwen in mijn eigen kunnen toch gebleven is. Ik durf amper nog iets op papier te zetten, laat staan dat ik mezelf schrijver zou noemen. Was ik als kind gewoon creatiever dan ik nu ben? Is het op? Ben ik dat kinderlijke optimisme kwijt en zie ik eindelijk in dat ik echt voor geen meter kan schrijven? Of zit die kant nog steeds in me, maar ben ik gewoon bang geworden? Het deed me denken aan die bekende quote van Picasso: “Ieder kind is een kunstenaar. De moeilijkheid is: hoe er één te blijven als je groot wordt.”

Dit is wat er gebeurde toen ik groot werd: ik ontdekte dat ik dan misschien wel het enige meisje in mijn straat was dat graag schreef, maar dat er in de rest van de wereld óók een heleboel mensen waren die schreven. Ik bleek – shock, horror – helemaal niet zo speciaal te zijn. En toen maakte ik de fatale fout: ik begon te vergelijken. Mijn woorden tegen die van de rest van de wereld. En opeens stroomden ze niet zo vloeiend meer. De oneindige, prachtige waterval werd een onbetrouwbare douchekraan in een dubieus hotelletje in Zuid-Frankrijk. Je weet wel, zo een met beschimmelde wandtegels en haren van de vorige logé in het putje. Het water komt alleen als je geluk hebt en heel hard bidt, maar dan nog is de straal en temperatuur maar zozo.

Jezelf met anderen vergelijken is de dood van creativiteit. Dus ik heb besloten om na al die jaren de woorden terug te claimen waar ik als kind zo zelfverzekerd (en laten we eerlijk zijn: ietwat arrogant) mijn identiteit aan verleende: ik ben schrijver. Ik laat mijn woorden weer stromen, en dan hoor ik vanzelf wel wat ze te vertellen hebben. Ik weet het namelijk ook nog niet. En hoewel vertrouwen in jezelf natuurlijk het belangrijkste is, is het ook heel fijn als ánderen het vertrouwen hebben. Dus Mercedes en Sophie, bedankt dat ik op Het Lief Dagboek mag ontdekken wat mijn woorden te vertellen hebben. Ik heb er zin in.

Door Quirine Brouwer.


(On)eerlijk, ongecensureerd en schaamteloos: “De familie Oosterwijk háát zuurkool”

Mensen vragen mij vaak: wat is Het Lief Dagboek nou precies, waar jij voor schrijft? Dan zeg ik iets in de strekking van: “Bla bla bla, modern feministisch platform, bla blabla”. Helaas wekt het woord ‘feminist’ ook vandaag de dag bij sommigen nog altijd het beeld van een stel vrouwen in linnen tuinbroeken op. Je weet wel, die enkel stukken schrijven over free-bleeden en waarom mannen kut zijn. Na een diepe zucht en wat extra uitleg, laat ik meestal de woorden ‘eerlijk, ongecensureerd en schaamteloos’ vallen. Dat vind ik een mooi rijtje woorden, wat in brede zin wel in ieder stuk van iedere schrijver terug te vinden valt. Maar ik moet wat opbiechten; eerlijk gezegd, komt ‘ie: paradoxaal: ben ik helemaal niet zo eerlijk.

Ik ben al niet eerlijk zolang ik me kan herinneren. Al in groep drie tijdens het kringgesprek, wanneer juf Margreet de zoveelste Tom of Bart bevroeg over zijn voetbalwedstrijd van afgelopen zaterdag, ging ik zitten broeden op een goed verhaal. Als ze eindelijk vroeg wat ík dit weekend had gedaan, begonnen de woorden te vloeien. Terwijl ik vertelde over hoe ik een hond op straat had gevonden, bedacht ik dat ik stiekem de tweede dochter van kapitein Langkous was. Terwijl ik doorratelde over lange zeilreizen en gevechten met beren onderbrak juf Margreet me. “Nee, Judith, je zit te jokken.” – walgelijk woord, vind je niet? Jokken? Bah. – “Vertel gewoon net als alle andere kinderen eerlijk wat je dit weekend gedaan hebt.” Moest ik dan echt gaan vertellen over hoe ik in één zit Mathilda uitlas? Hoe ik voor de grasmaaier liep en dennenappels wegplukte zodat de messen niet stuk gingen? Wie wordt daar nou gelukkig van? Maar goed, juf Margreet zei het maar al te vaak: “Jokken is fout.” Dus tijdens het volgende kringgesprek vertelde ik dat ik in het bos gewandeld had en we zuurkool aten dat weekend. Eigenlijk was ik wezen logeren en de familie Oosterwijk kotst collectief van zuurkool. Even saai, maar ik wilde stiekem oneerlijk zijn.

Afgelopen week moest ik een relatie uitmaken. Een relatie die ik, als ik even eerlijk ben nooit wilde. Het overkomt me wel vaker, dat relaties me gewoon ‘overkomen’. Beetje zoenen in een park om 4 uur ’s nachts, beetje oneerlijk zijn om indruk te maken en voor ik het weet zit ik bij schoonouders aan de keukentafel. En ik schaam me, ik vind het verschrikkelijk om toe te moeten geven dat ik weer eens oneerlijk ben geweest tegen mezelf. Het is makkelijker om gewoon oneerlijk te zijn tegen de ander en te liegen dat ik vreemd ben gegaan, dan kan hij lekker boos op mij zijn en dan hoef ik dat niet te doen.

En ik schaam me voor veel meer, ik schaam me dat ik oneerlijk ben op eerste dates om interessanter te zijn. Ik schaam me dat ik soms, bij tekort aan een goede reden om te huilen, er één verzin. Ik schaam me, dat ik soms, nee sorry, gelogen, váák, mijn charmes gebruik om ergens mee weg te komen.

Ik schaam me hoe ik mijn vader uitlachte, toen ik op mijn achttiende naar Berlijn verhuisde. Toen hij me toesprak met: “Ik wens je toe dat je gelijkgestemden mag vinden en een uiting vindt voor je creativiteit’ en tot slot grappend eindigde met: “En dat je terug naar huis komt als maagd, natuurlijk.” Ik schaam me hoe ik zei dat hij daar pak ’em beet duizend dagen te laat mee was.

Ik schaam me, dat deze schaamte ervoor zorgt dat ik mijzelf nu censureer. Dat ik met het beeld van mijn vader die mijn column leest in mijn achterhoofd, besluit mijn seksleven maar niet uit te typen.

‘Eerlijk, ongecensureerd en schaamteloos.’ Op een dag, zal ik ze alledrie zijn.

Door Judith Oosterwijk.

No tags 0 Comments 0

No Comments Yet.

What do you think?

Your email address will not be published. Required fields are marked *