De favorieten van Leora Kannekens

by

Het Lief Dagboek bestaat 3 jaar en om dat te vieren blikken we terug op al het moois wat we gedaan hebben. Iedere schrijver heeft voor de gelegenheid 2 favoriete columns gekozen, een van de schrijver zelf en een van een andere schrijver. De favorieten van Leora Kannekens: ‘Er kleven glitters aan onze vingertoppen’ en ‘(On)eerlijk, ongecensureerd en schaamteloos’ door Judith Oosterwijk.


Er kleven glitters aan onze vingertoppen: “Je komt er niet, als je er al wilt zijn”

EPSON MFP image

“Er kleven glitters aan onze vingertoppen, maar we zijn nog steeds niet gelukkig.

 Is jouw bubbel al gebarsten, viel je eruit, zo op de grond, deden de scherven van jouw verbeelding net zo veel zeer als die van mijn kloppende angst dat deden? 

 Ik hou mezelf voor dat als ik maar lang genoeg doe alsof ik iemand ben, dat ik vanzelf diegene word.”

Nee, dit zijn niet de eerste zinnen van een ontzettend plotselinge dichtbundel die ik schrijf. Dit zijn melodramatische dagboekpassages van vijftienjarige Leora, omringd met krabbels, collages en snoeppapiertjes. Eén hele boekenplank in mijn kast is gevuld met herinneringen, vastgekleefd aan brosse pagina’s, een collectie van verfstreken, schetsen en verscheurde foto’s. En hoewel ik dus al ruim zeven jaar mijn leven documenteer, heb ik er nooit bij stilgestaan hoe bijzonder dat eigenlijk is.

20/3/2016

“Ik weet nog dat ik tegen je zei, liefde is soms ook iemand laten gaan. En jij begreep mij niet. En ik begreep mezelf pas toen ik jou liet gaan.”

“Ik vind mezelf soms heel erg stom. Ik wil niet mij zijn.”

“Je komt er niet als je er al wilt zijn. Zie je nou wel. Niet zo twijfelen. Ver-schrik-kelijk. Maar echt.”

23/2/17

 Nou, dan stik je er toch lekker in!!!”

 “Heb een overschot aan gedachtes. Wil iemand ze misschien overkopen?”

15/5/2019

 “Vorige week viel ik in slaap op de bank
Om 19u ’s avonds
Met mijn rugzak nog om.

Soms ben ik te lui om me om te kleden
Lig ik op mijn bed met mijn broek op mijn knieën
Mijn jogging er zo naast.

 Ik droom over
Seks, mandarijnen,
De dood en de keuken van mijn oma
Niet per sé in die volgorde.”

“Ietsie te persoonlijk:
Tenen
Dit boek
Ikzelf
Onzekerheid
Porno
Neuspeuteren
Echt leed”

 Het lijkt misschien een vreemde collectie hersenspinsels van een opgroeiend meisje, maar ergens vind ik heel veel rust in mijn boekjes. Elk jaar was er een andere afgrond, een onoverkomelijk probleem, tien pagina’s vol doktershandschrift over misselijkheid, gebroken harten, stress en liefdesserenades aan mensen die ik niet écht kende. Tussen al deze flarden leven vind ik een rotsvaste waarheid. Iets kan je hele leven lijken, voelen als allesomvattende pijn, de grond die onder je voeten vandaan verdwijnt, onverteerbare angsten, een ongeduldige tunnel die je langzaam maar zeker opslokt— het is allemaal tijdelijk.

Ik lees het nu terug en ik weet dat ik het in 2013 gewoon overleefd heb. Dus dat zal ik in 2020 ook doen.

Door Leora Kannekens.


(On)eerlijk, ongecensureerd en schaamteloos: “De familie Oosterwijk háát zuurkool”

Mensen vragen mij vaak: wat is Het Lief Dagboek nou precies, waar jij voor schrijft? Dan zeg ik iets in de strekking van: “Bla bla bla, modern feministisch platform, bla blabla”. Helaas wekt het woord ‘feminist’ ook vandaag de dag bij sommigen nog altijd het beeld van een stel vrouwen in linnen tuinbroeken op. Je weet wel, die enkel stukken schrijven over free-bleeden en waarom mannen kut zijn. Na een diepe zucht en wat extra uitleg, laat ik meestal de woorden ‘eerlijk, ongecensureerd en schaamteloos’ vallen. Dat vind ik een mooi rijtje woorden, wat in brede zin wel in ieder stuk van iedere schrijver terug te vinden valt. Maar ik moet wat opbiechten; eerlijk gezegd, komt ‘ie: paradoxaal: ben ik helemaal niet zo eerlijk.

Ik ben al niet eerlijk zolang ik me kan herinneren. Al in groep drie tijdens het kringgesprek, wanneer juf Margreet de zoveelste Tom of Bart bevroeg over zijn voetbalwedstrijd van afgelopen zaterdag, ging ik zitten broeden op een goed verhaal. Als ze eindelijk vroeg wat ík dit weekend had gedaan, begonnen de woorden te vloeien. Terwijl ik vertelde over hoe ik een hond op straat had gevonden, bedacht ik dat ik stiekem de tweede dochter van kapitein Langkous was. Terwijl ik doorratelde over lange zeilreizen en gevechten met beren onderbrak juf Margreet me. “Nee, Judith, je zit te jokken.” – walgelijk woord, vind je niet? Jokken? Bah. – “Vertel gewoon net als alle andere kinderen eerlijk wat je dit weekend gedaan hebt.” Moest ik dan echt gaan vertellen over hoe ik in één zit Mathilda uitlas? Hoe ik voor de grasmaaier liep en dennenappels wegplukte zodat de messen niet stuk gingen? Wie wordt daar nou gelukkig van? Maar goed, juf Margreet zei het maar al te vaak: “Jokken is fout.” Dus tijdens het volgende kringgesprek vertelde ik dat ik in het bos gewandeld had en we zuurkool aten dat weekend. Eigenlijk was ik wezen logeren en de familie Oosterwijk kotst collectief van zuurkool. Even saai, maar ik wilde stiekem oneerlijk zijn.

Afgelopen week moest ik een relatie uitmaken. Een relatie die ik, als ik even eerlijk ben nooit wilde. Het overkomt me wel vaker, dat relaties me gewoon ‘overkomen’. Beetje zoenen in een park om 4 uur ’s nachts, beetje oneerlijk zijn om indruk te maken en voor ik het weet zit ik bij schoonouders aan de keukentafel. En ik schaam me, ik vind het verschrikkelijk om toe te moeten geven dat ik weer eens oneerlijk ben geweest tegen mezelf. Het is makkelijker om gewoon oneerlijk te zijn tegen de ander en te liegen dat ik vreemd ben gegaan, dan kan hij lekker boos op mij zijn en dan hoef ik dat niet te doen.

En ik schaam me voor veel meer, ik schaam me dat ik oneerlijk ben op eerste dates om interessanter te zijn. Ik schaam me dat ik soms, bij tekort aan een goede reden om te huilen, er één verzin. Ik schaam me, dat ik soms, nee sorry, gelogen, váák, mijn charmes gebruik om ergens mee weg te komen.

Ik schaam me hoe ik mijn vader uitlachte, toen ik op mijn achttiende naar Berlijn verhuisde. Toen hij me toesprak met: “Ik wens je toe dat je gelijkgestemden mag vinden en een uiting vindt voor je creativiteit’ en tot slot grappend eindigde met: “En dat je terug naar huis komt als maagd, natuurlijk.” Ik schaam me hoe ik zei dat hij daar pak ’em beet duizend dagen te laat mee was.

Ik schaam me, dat deze schaamte ervoor zorgt dat ik mijzelf nu censureer. Dat ik met het beeld van mijn vader die mijn column leest in mijn achterhoofd, besluit mijn seksleven maar niet uit te typen.

‘Eerlijk, ongecensureerd en schaamteloos.’ Op een dag, zal ik ze alledrie zijn.

Door Judith Oosterwijk.

No tags 0 Comments 0

No Comments Yet.

What do you think?

Your email address will not be published. Required fields are marked *