De favorieten van Jesse Vos

by

Het Lief Dagboek bestaat 3 jaar en om dat te vieren blikken we terug op al het moois wat we gedaan hebben. Iedere schrijver heeft voor de gelegenheid 2 favoriete columns gekozen, een van de schrijver zelf en een van een andere schrijver. De favorieten van Jesse Vos: ‘Verfrissend plonzen in een bad vol zelfmedelijden’ en ‘Vijf dode wespen en een slapeloze nacht’ door Leora Kannekens.


Verfrissend plonzen in een bad vol zelfmedelijden:
“Van een gezonde dosis zwelgen is nooit iemand slechter geworden”

De afgelopen zomermaanden heb ik avond na avond op terrassen gezeten met vrienden van wie ik zielsveel houd. We hebben gelachen. We hebben gedronken. We hebben getwijfeld en we hebben besloten. En toen hebben we er nog ééntje besteld, omdat we er toch waren. Ik had het voor geen goud willen missen. Nu is het eind september en de herfst valt. Ik vind het fijn. Wanneer de dagen kouder en korter worden, de avonden zich vullen met boeken en thee, en kleren weer aan kunnen zonder te zwemmen in het zweet, kom ik tot rust. Maar de rust komt nooit alleen. De rust komt vaak gearmd met een verlangen naar geborgenheid. Met een drang naar romantiek. Wanneer de avonden zich vullen met boeken en thee ontkom ik er niet aan om soms te denken aan diegenen waar ik die romantiek en geborgenheid ooit bij vond tijdens een herfststorm, al was het maar voor een enkele avond. De herfst maakt me wat melancholisch en ik houd mezelf voor dat dat me wel staat. Ik schreef een gedicht over de vrouwen waarmee ik de herfst heb beleefd. Of misschien gaat het over een toekomstige liefde waarmee ik de herfst nog ga beleven, dat weet ik niet precies.

‘Blues in tinten rood en geel’

De herfst valt en ik mis je
Ik denk aan de avonden die we lezend op de bank doorbrachten en
ik hoor de fluitketel nog gaan
Wil je groen of gember
Welke mok wil je
Ik denk aan hoe intens je mijn verzameling kerst-mokken haatte
Je was zo mooi als je boos was
Je was zo mooi als je naakt was
Ik mis hoe je in niets dan mijn wollen trui uit het slaapkamerraam rookte Hoe je door mijn haren streek en
zei dat alles goed kwam
en ik de kleine lepel mocht zijn als de wereld weer eens te zwaar was
Ik denk aan de keren we op regenachtige dagen door het bos wandelden Aan de paddenstoelen tussen de torenhoge eiken
De bladeren vallen en Parijs schijnt dan heel mooi te zijn
Maar zo ver heeft onze liefde niet willen reiken

Het komt wel goed met me. Wellicht ontmoet ik volgende week per ongeluk de mooiste man of vrouw die ik ooit zal zien. Het zou natuurlijk ook goed kunnen van niet. Er komt vanzelf weer iemand om tegenaan te hangen op de bank. En tot het zover is vullen de herfstavonden zich met thee en boeken, en neem ik af en toe een verfrissende duik in een bad vol zelfmedelijden. Van een gezonde dosis zwelgen is nooit iemand slechter geworden. En ik blijf mezelf voorhouden dat wat lichte melancholie me wel staat.

Door Jesse Vos.


Vijf dode wespen en een slapeloze nacht: “Waarschijnlijk is het niet alleen maar zingend je huis dweilen”

Toen ik op maandagochtend de vijf dode wespen op mijn vloer vond, had ik moeten weten dat het een teken was.

Het is nu tien over twee ’s nachts, en ergens in mijn borstkas ontvouwt zich een klein vuur van paniek. Misschien komt het doordat ik zojuist maar liefst drie slome wespen gevangen heb die zich verscholen hielden in mijn bed, of door het feit dat mijn to-do-list voor de volgende dag zo lang is dat die niet eens op mijn notitieblok past. Mijn afwas moet nog gedaan worden. Mijn huis is te stoffig naar mijn zin. Mijn zonnebloemen in de vaas op tafel zijn alweer dood. Hun bladeren hangen verdrietig naar beneden, een beetje verdord, lichtelijk geel gekleurd aan de tipjes. Ze lijken teleurgesteld dat ik ze niet genoeg water heb gegeven.

Ze zijn niet de enigen die teleurgesteld zijn. Zelfs het scheutje bleek in de vaas mocht mijn bloemen niet redden. Ik tel op mijn vingers de uren totdat ik moet opstaan. Slecht idee, zingt het vuur in mijn borstkas. De vlammen likken aan mijn binnenste en ik probeer te huilen en het lukt niet eens meer.

Half drie. Het is buiten zo donker dat ik de sterren niet eens kan zien. Wie legt ons eigenlijk deze verwachtingen op? Wie verwacht nu eigenlijk van mij dat mijn huis er altijd perfect uitziet, ik elke dag een leuke outfit draag, al mijn werk nog vóór de deadlines afmaak en altijd verse maaltijden eet? Wie wil er per se dat mijn nagels allemaal mooi zijn (niet een ontbrekende, eentje afgebroken bij de duim, wat mijn typen trouwens niet bevorderd, en een met een gekke vlek erop), mijn bed elke dag opgedekt is en ik al mijn planten in leven hou?

Het antwoord is heel voorspelbaar.

Ik wil dat.

Ik verwacht dat van mij.

En ik verwacht dan eigenlijk ook nog dat ik me altijd goed voel terwijl ik dit doe.

Maar goed, volwassen worden gaat niet zonder slag of stoot. Waarschijnlijk is het niet alleen maar zingend je huis dweilen en cake bakken en je oh-zo-zelfstandig voelen wanneer je een tandarts afspraak op tijd inplant. Het is dus ook om drie uur ’s nachts googelen of je misschien een wespennest in je huis hebt. Je vriendin appen die goed is met planten zodat zij je kan vertellen hoe je het beste een woestijnplant in leven moet houden die eigenlijk heel makkelijk zou moeten zijn maar die jij toch halfdood hebt weten te renderen. Al je witte was per ongeluk lichtroze maken en agressief een rode sok van je balkon gooien alsof het iets veranderd aan je wit-maar-nu-pastelkleurige onderbroeken. Je column schrijven, een week na de deadline, om drie uur ’s nachts, omdat je bij elke kriebel op je huid weer een wesp verwacht te zien en je op deze manier in ieder geval al één ding van de ellenlange to-do-list kan wegstrepen.

Je zou het ook multitasken kunnen noemen. Wat ik ook doe, ik ben me ook tegelijkertijd nog zorgen aan het maken en dat is eigenlijk best knap. Ik weet niet of de mensen die dit lezen soms ook rode sokken van hun balkon gooien en onsterfelijke cactussen dood weten te krijgen, maar ik wil jullie in ieder geval vertellen dat het niet allemaal constant op rolletjes hoeft te lopen. Mijn huis mag stoffig zijn. Mijn werk mag af en toe chaotisch zijn. Niemand heeft er last van als ik een keer (of twee keer) pizza eet in plaats van een interessant baksel. Dat is oké. Het vuur smeult zacht na in mijn binnenste, uitgeblust door vermoeidheid. Ik kruip onder mijn lichtroze dekbed en hoop dat de wespen me met rust laten, zodat ik in de ochtend hetzelfde kan doen met mijn zorgen. Ze lekker met rust laten.

Door Leora Kannekens.

No tags 0 Comments 0

No Comments Yet.

What do you think?

Your email address will not be published. Required fields are marked *