De favorieten van Elke Mast

by

Het Lief Dagboek bestaat 3 jaar en om dat te vieren blikken we terug op al het moois wat we gedaan hebben. Iedere schrijver heeft voor de gelegenheid 2 favoriete columns gekozen, een van de schrijver zelf en een van een andere schrijver. De favorieten van Elke Mast: ‘Kinderen geen bezwaar’ en ‘Free Your Fucking Mind’ van Valerie Erkelens.


Kinderen geen bezwaar: “Shit. Rammelende eierstokken”

Slalom één, slalom twee, slalom dri… Ik zie mijn band het witte balkje voor me raken. Shit, nu ben ik af, maar weer opnieuw beginnen. Geconcentreerd houd ik de afstand tussen de witte balkjes op het fietspad en mijn band in de gaten. Deze keer gaat het beter, zonder al te veel moeite slinger ik tussen de witte streepjes door. Als kind was dit toch iets makkelijker, nu met mijn grote mensen fiets moet ik net wat meer mijn best doen. Zeker wanneer de afstand tussen de strepen plots kleiner wordt, wie doet dat nu! Slalom 21, slalom 22, een vrouw observeert me van een afstandje. Weemoedig schudt ze met haar hoofd. Ik slinger gestaag verder en probeer er geen aandacht aan te besteden. In mijn achterhoofd hoor ik de stem van mijn moeder nog zeggen “Elke, niet doen, straks val je nog”. Gevallen ben ik echter nooit. Dus ook nu trap ik stug verder. Sommige mensen snappen dit gewoon niet, een kind zal je het niet moeten uitleggen. Slalom 34, Slalom… Een oudere man met wandelstok geeft me lachend een knikje. Kijk, hij snapt het. Volwassen worden hoeft toch niet samen te gaan met saai zijn?

Volwassen worden, tja, wanneer wordt je nu volwassen? Toen ik jonger was dacht ik dat het met achttien was, toen ik achttien was voelde ik me ver van volwassen. Misschien zou het komen wanneer ik op mezelf zou gaan wonen? Nee, ook niet. Ondertussen ben ik drieëntwintig en voel ik me nog steeds niet volwassen. Dus ja, wat is dat nu, volwassen zijn? Gebeurt het wanneer je kinderen krijgt, en plots verantwoordelijk moet zijn? Maar wat met mensen die nooit kinderen krijgen, worden die dan niet volwassen? Eerlijk, ik begin steeds meer te denken dat volwassen zijn één of ander gek concept is en dat iedere ‘volwassene’ maar net alsof doet. Net doen alsof je volwassen bent, het idee dat je controle hebt over je leven en verantwoordelijk bent. Of ligt het toch aan kinderen? Wanneer er zo’n klein prutsje in je handen wordt geduwd en waar je ondanks de vele rimpels en het rode hoofdje (meteen) verliefd op wordt. Zou ik dan nooit volwassen worden? Vanaf dat ik 13 was wist ik het zeker, ik wilde mama worden. Een goede baan en twee kindjes, zo leuk leek me dat. Dat idee is altijd blijven hangen, want waarom zou ik het niet willen? De laatste tijd ben ik toch kanttekeningen gaan plaatsen. Toen ik 18 was vroeg een arts er voor het eerst eens voorzichtig naar. Stellig antwoorde ik ja. Maar ja, voor een achttienjarige zonder vaste relatie is dat makkelijk praten. Vijf jaar later ligt het toch net iets anders. De laatste paar maanden kreeg ik de vraag opnieuw vaak voorgeschoteld door behandelaars. Eerst was het de reumatoloog, toen de fysio, vervolgens de huisarts. Allemaal vinden ze dat ik er toch goed over na moet denken, een bevalling zal een flinke aanslag zijn en ook adoptie moet ik niet te licht opvatten.

Eigenlijk voordat ze het me vroegen ben ik al gaan twijfelen, niet omdat ik het niet wil, maar of ik het wel kan. Steeds vaker merk ik dat mijn lichaam niet wilt wat ik wil. Er zijn dagen dat ik met moeite uit bed kan, net de energie nog kan opbrengen om iets te leren en dan weer slapen. Wat als er dan zo’n klein mensje op je ligt te wachten. Wat als ze vallen, wat als ze een nachtmerrie hebben. Wat als ik maar een halve moeder kan zijn. Wat als ze mijn klachten erven? Wat als. Het idee alleen al geeft me een beklemmend gevoel. Moeder zijn is niet alleen bevallen, moeder zijn is een baan naast je gewone leven en dat idee vind ik ronduit eng. Eng dat ik voor een levend iets moet zorgen dat van mij afhankelijk is. Eng dat ik soms amper voor mezelf kan zorgen. Zelfs met een relatie, zelfs met een andere ouder erbij. Want ik wil er ook voor mijn kind zijn, er van houden en er regendruppel races mee houden, naar de wolken kijken en ze waarschuwen voor slalommen om witte strepen. Misschien, heel misschien, ben ik wel de beste moeder door geen kind te nemen en is dit een gedachte die me waarschijnlijk volwassener maakt dan ik wil beseffen.

Brrr Brrr

Appje van Floor “Hey kunnen jullie vrijdag op Ramses passen?”. Mijn hart maakt een sprongetje en mijn fantasie loopt al op de feiten vooruit. Frank met kleine Ramses op zijn schouders, bladeren en eikeltjes verzamelen en hier later bladerkunst mee maken. Van die knuddige kunstwerkjes die ik vroeger zelf ook trots in de handen van mijn moeder duwde. Shit. Rammelende eierstokken.


Free Your Fucking Mind: ‘Het was dag vier van de vermissing van mijn beste vriendin’

Ik nam een hap van mijn droge burger en vervolgde dit met een diepe, dramatische zucht waardoor ik me bijna verslikte in het karton dat ik gretig probeerde weg te werken.
Het was niet de eerste keer die week dat ik me volledig overgaf aan een vreetbui.
Typisch weer. Je verwacht dat wanneer je iets enorm dramatisch meemaakt, je hoofd dan totaal niet naar eten staat en iedereen om je heen je moet aansporen: eet nou toch wat lieverd, je moet echt goed voor jezelf blijven zorgen, schat’.
Ja, ik zag mezelf al staan op de uitvaart van mijn beste vriendin: doodongelukkig, maar dan tenminste wel in een designer-outfit maatje XS.  
Nou ik niet hoor. Nee, in plaats daarvan propte ik mezelf al dagen vol met al het eetbare dat voor handen lag om dat vervolgens weg te spoelen met alcohol. Want hé, als dit tenslotte geen excuus voor excessive daydrinking was dan wist ik het ook niet meer.

Naast me zat één van mijn beste vrienden.
Zijn ogen gleden van de snelweg voor ons, naar mij en met een verslagen blik en een halfvolle mond zei hij: ‘Oh Val.. wat een armoe’.
Waarna we allebei keihard in de lach schoten. We bleken niet meer te kunnen stoppen. Stukjes burger vlogen door de auto en ik plaste zowaar een beetje in mijn broek. Ach wat, het maakte op dit moment toch allemaal niets meer uit.
Man oh man.. wat een armoe. Wat een onwaarschijnlijke, troosteloze armoe.
Zit je dan: samen in een klein autootje, aan de snelweg, een vieze maaltijd weg te werken nadat je net de hele dag naar het lichaam van je vermiste vriendin hebt gezocht. De situatie was werkelijk waar zo treurig, dat we niet anders konden dan lachen totdat we er buikpijn van kregen.

Wat een intieme, serene dag had moeten zijn, was compleet anders verlopen.
Het was dag vier van de vermissing van mijn beste vriendin. Veel meer dan een afscheidsbrief hadden we niet. Alle pogingen om haar te vinden bleken tot op heden tevergeefs dus we moesten het over een andere boeg gooien. Als tegenhanger van alle speurhonden, helikopters en rechercheteams besloot ik samen met twee dierbare vrienden om een stiltewandeling te maken. We gingen wandelen langs de rivier waar zij in het verleden zo vaak langs fietste. We zouden ons vanuit liefde afstemmen op de energie van onze lieve vriendin, in de hoop dat ze ons daarmee een seintje zou geven. Een kleine hint in de zoektocht die alsmaar hopelozer leek.

Eenmaal aangekomen op de bestemming werden we half omvergeblazen door een keiharde bass die over het water dreunde. Al gauw kwamen we erachter dat er precies die dag een groot technofestival onder de brug van de rivier plaatsvond. Afijn, so much voor het stilte-gedeelte van de wandeling..
Een paar minuten later liep ik achter mijn twee vrienden aan terwijl we ons richting het water verplaatsten. Voorop liep mijn vriendin: Met ferme passen baande ze zich een weg door het hoge gras, ondanks dat haar te hoge hakken steeds dieper in de modder zakten. Ze had zich als een ware Nancy Drew ontpopt en met een vastberaden doch kalme blik die ik al zoveel jaren van haar kende, zocht ze naar aanwijzingen.
Vlak daarachter mijn vriend die met een stok in de aarde stond te porren terwijl hij krampachtig probeerde om niet in al de koeienstront te stappen. ‘Gods allemachtig’ mompelde hij. ‘Dit meen je toch niet.. Als ze ons nu zou zien van bovenaf dan lacht ze zich vast helemaal kapot.. schijtwijf’.
Hij had gelijk. De tranen zouden over haar wangen hebben gestroomd van het  lachen als ze daadwerkelijk had gezien hoe wij ons hier met keiharde techno-muziek op de achtergrond wanhopig een weg probeerde te banen door de koeienmest en het hoge gras. Het leek een absurdistische sketch en dat was precies haar humor. Onze humor. Ik grinnikte. Etterbak.
‘’Kan dit iets zijn?’’ hoorde ik even later in de verte. Mijn vriendin was al een halve kilometer vooruit gestampt en hield weer iets omhoog. Ik haastte me naar haar toe en zag dat ze een leeg waterflesje in haar handen had. ‘’Tja..’’ zei ze. ‘’Als ze bijvoorbeeld pillen heeft genomen voordat ze het water in is gelopen, dan zou ze die toch hebben moeten weggespoeld met water of niet?’ We knikten instemmend en stopte het lege flesje bij de rest van de spullen die we zojuist verzameld hadden: een condoomverpakking, een bijsluiter van truffels en een leeg pakje Marlboro Gold.
We wisten alle drie dat geen van die spullen ons naar onze vriendin zou leiden, maar het verzamelen ervan gaf ons op z’n minst het gevoel dat we niet helemaal nutteloos bezig waren.
In de verte naderde een politieboot. Onze gezichten moeten er door de wanhoop, het slaapgebrek en het vele, vele huilen ongeveer zo uit hebben gezien als dat van de gemiddelde TBS-er met een hardnekkige drugsverslaving dus er bleek niet veel voor nodig om de politie onze kant uit te laten komen.
De andere twee raakten druk in gesprek met de agent aan boord. Ik weet nog dat ik alleen maar naar die kale, gespierde man kon kijken en mij inbeeldde dat hij me aan boord van dat bootje zou slepen, over de motor zou leggen en mij daar dan op dierlijke wijze keihard zou nemen. Ik verlangde intens naar een moment waarop ik niets anders zou kunnen dan de controle volledig uit handen te geven.
Het was hoe dan ook geruststellend om te weten dat mijn inner slut zich ook in tijden van crisis staande – of beter nog – liggende wist te houden.
De agent keek ons vol medelijden aan en vertelde dat, ondanks dat hij begreep dat we ons nuttig wilden maken, dit echt een hopeloze zoektocht was.
Haar lichaam was of allang met de rivier meegedreven óf gezonken als een baksteen. Hoe dan ook zouden we haar hier nooit gaan vinden.

We besloten terug te keren naar huis. Terwijl we over de brug liepen, keek ik naar beneden om een glimp op te vangen van de enorme massa feestende mensen.  
Ik dacht aan al die keren dat ik met háár zo had staan feesten. Ze was altijd al mijn partner in crime geweest.
Nog steeds weet ik niet of het op dat moment kwam kwam door de vermoeidheid, de muziek, het verdriet of het feit dat dat verdomde festival ‘Free Your Mind’ bleek te heten,  maar terwijl ik daar zo stond te kijken kwam alles in mij samen tot simpele eenvoud.
Zo hard als de muziek buiten stond, zo stil werd het vanbinnen.
Zo pijnlijk als de situatie was, zo vredig voelde het in ineens mij.
Ik hoefde niets meer dan ademhalen en met elke bewegingsgolf van de mensen onder mij, voelde ik mij lichter worden. Leeg.

‘’Nou, nog een Mc Flurry toe dan maar?’’
Grijnzend keek ik opzij en draaide de volumeknop van de autoradio nog iets omhoog.
En terwijl we weer van de parkeerplaats af reden en samen luidkeels meezongen met een slecht top 40-nummer, werd ik zoals vele malen eerder die week overspoeld door een enorme golf van liefde. 

Door Valerie Erkelens.

No tags 0 Comments 0

No Comments Yet.

What do you think?

Your email address will not be published. Required fields are marked *