De coming-of-age film van het studentenleven: “We leefden op een hongerige manier”

by

Ik weet op mijn vierentwintigste nog niet veel, maar twee dingen weet ik heel zeker: je tienerjaren zijn kut en het echte leven begint pas wanneer je eindelijk uit die klotepuberteit bent. En wanneer je de kans krijgt om samen met vriendinnen in een appartement te gaan wonen in een grote, bruisende stad die jullie allemaal nog niet kennen maar waar jullie je vol enthousiasme en levenslust in storten om al het avontuur met beide handen aan te grijpen, dan moet je dat altijd doen. Geloof me.

We waren jong en hadden nog niets van de wereld gezien – ik was net achttien – maar we waren zo klaar om onszelf te bewijzen in het Volwassen Leven toen we ons appartement aan de Oostzeedijk in Rotterdam betrokken. Maar natuurlijk was het niet echt het volwassen leven, maar een vreemde fase tussen kind-zijn en volwassen-zijn in waarin het nog oké was om je moeder te bellen om te vragen of het erg was dat je per ongeluk een boterham had gegeten waar een beetje schimmel op zat, om vervolgens een halve fles wodka naar binnen te gieten en stomdronken op je fiets met lekke banden naar de stad te gaan – iets wat je moeder dan weer niet wist. Toch voelden we ons enorm volwassen, wij drieën, ons eigen appartement, klaar om het nachtleven, de stad, en daarna de wereld te veroveren.

We deden zingend de afwas (stapels en stapels afwas, ook vaak met schimmel) en verzamelden een steeds grotere collectie lege, plastic flessen op het balkon omdat we allemaal te lui waren om ze weg te brengen voor statiegeld, maar ze ook niet zomaar bij het gewone afval wilde gooien. Er stond altijd Chicken Tonight in de keukenkastjes en we terroriseerden de DJ in onze favoriete bars met ABBA-verzoeknummers. We verzonnen dansjes, gaven onze planten rare namen, gingen drie keer per week uit, hadden een wodka-fles van drie liter als pronkstuk in de woonkamer, en kochten surprise-eieren bij de nachtwinkel om de hoek. Naar de lessen gaan was iets voor als we zin hadden en we brachten meer tijd door in de campuskroeg dan in de collegezaal. We lachten om de schichtige zakenmannen die een bezoek brachten aan de sexshop aan de overkant van de straat, en hadden eindeloze gesprekken op de gang terwijl we eigenlijk in onze kamers moesten leren voor onze tentamens. Er waren ochtenden waarop we met uitgelopen make-up, knalrode ogen en een alcoholwalm onze kapsalon aten voor de snackbar terwijl de zon alweer opkwam en de eerste mensen naar hun werk gingen. Ik mis die ochtenden na het uitgaan nog het meest – waarop we uitgedroogd en verfrommeld elkaars kamer binnenliepen om de nacht ervoor te bespreken, terwijl de meegenomen scharrel van de andere huisgenoot snel het huis uitvluchtte, en wij gniffelend voor het raam nog even keken hoe hij eruitzag. Liefde voelde in die tijd nooit serieus, nooit als iets dat nodig was, want wat we hadden was genoeg, en iedere indringer was onwelkom.

Natuurlijk ging er ook van alles mis: zoals die keer dat we opgelicht werden door een glazenwasser (die geen glazenwasser maar een Feyenoord-hooligan bleek te zijn), omdat wij zo naïef en dom waren geld over te maken voor een lege belofte. Mijn fiets is vijf keer gestolen in de 2,5 jaar dat ik daar woonde. Er waren lekkages, inbraken, schimmel. Het was altijd koud in ons appartement, en altijd smerig. We hadden nooit geld, maar bleven wel betalen voor een sportschool waar we nooit heen gingen. We leenden maximaal en moeten nu op de blaren zitten. Maar we leefden, op een gretige, bijna hongerige manier, en achteraf zijn al die keren dat we op ons bek gingen gewoon een onderdeel van het grote avontuur. Dat is wat er gebeurt wanneer je jong bent en niets te verliezen hebt, en zonder verantwoordelijkheden wordt losgelaten in een bijna hedonistische wereld van genot en plezier – want dat is uiteindelijk wat het studentenleven is. Want wanneer krijg je de kans om zo egoïstisch te zijn, zoveel te genieten, zoveel alleen maar te doen waar je zin in hebt, met als enige consequentie een verzwakt immuunsysteem en wat studentenkilo’s? Het was een bizarre manier van leven, maar wel een van totale vrijheid.

En nu ineens werk ik alweer drie jaar, heb ik mijn eigen appartement en ben ik die helse studieschuld aan het afbetalen. Mijn studententijd speelt regelmatig als een coming-of-age film door mijn hoofd, en soms voelen die momenten niet als mijn herinneringen, maar als iets dat niet echt gebeurd is, als iets dat ik gedroomd heb. De echo van het het gelach dat constant klonk in ons kleine appartement daar aan de Oostzeedijk gaat door me heen op ieder nostalgisch moment. Op de momenten dat ik alleen aan mijn keukentafel zit met een snel in elkaar geflanste maaltijd die ik nog niet aan mijn hond zou voeren, mijn laptop met Friends voor mijn neus, dan mis ik die tijd die zo snel voorbijging en nu steeds verder in het verleden verdwijnt. Maar hoe ik me toen niet realiseerde dat ik herinneringen aan het maken was, zal ik ook nu over vijf jaar terugkijken op deze momenten waarop ik echt op eigen benen leerde staan, waarin ik mezelf leerde kennen en in mijn eentje de wereld ontdekte, en dan zal ik denken: wist ik toen maar hoe mooi die tijd was.

No tags 0 Comments 0

No Comments Yet.

What do you think?

Your email address will not be published. Required fields are marked *