De barbecue: “Als we niet naar Suriname kunnen, brengen we Suriname naar hier”

by

Ik zit voor m’n deur laag te liggen, shirt uit, voeten omhoog, glas gevuld met ijs. Het enige wat beweegt zijn de zweetdruppels die langzaam vallen van mijn borstkast op mijn buik. Ik lees iets interessants. Ik lieg. Ik bedoel, het is wel interessant, maar eigenlijk leest het boek mij. Ik weet wat ik moet doen, maar het lijkt juist omdat ik het weet, alsof het niks uitmaakt. Ik sla pagina’s om zonder echt te weten wat er stond. Er is geen pressure dus ik sla die pagina’s om alsof ze niet bestaan. Ik zucht wat en denk, zon. Ja man, fucking shoutout naar de zon.

Op zulke momenten lijken de dromen van mijn ouders, die het liefst morgen alles hier loslaten en voor eeuwig diep ergens in Suriname met al hun voeten en zweetdruppels voor eeuwig verkassen niet zo gek. Even niet denkend aan hun kinderen en hun oude dag, want ja. Shoutout naar de fucking zon.

Plotseling hoor ik getik, ik schrik niet, maar spring wel uit mijn bubbel. M’n moeder schreeuwt door het raam: “Lig je lekker? Moet ik komen waaien voor je?” Ik lach terug: “Mag ik wat ijs mama? vraag ik met een pesterige stem. Ie naf opo, lizie donder antwoordt ze, wat in het Surinaams staat voor: “Heeft u een handicap?, bent u belast in het oppakken van dingen? nee? Dan wordt u verzocht dit zelf te doen.”

Nog voor ik opsta loopt mijn moeder naar buiten, zomerjurk, zonnebril, haar opgestoken. “Maak ‘m nou aan, dan haal ik nu de laatste dingen en kunnen we beginnen.” Beginnen? Aan? Aan? Zeg ik in m’n hoofd terwijl ik knik, oh ja de barbecue. Ook mijn hersenen waren laag aan het liggen. Ja zeg ik, maar in m’n ja zit een vleugje ‘’ik doe het straks’’. Als ik terug kom is ‘ie aan, zegt ze met een, ‘beter is ‘ie zometeen aan’ toon.

Als je mij kent weet je, ik ben de guy die het liefst laat komt op de barbecue, meteen aanschuiven, meteen inschenken, meteen erop gooien. Ja man. Dat is mijn vibe. Een barbecue aanmaken is ondankbaar werk. Oke, ik praat erover alsof het gaat om een badkamer stucen, maar mijn echte luie mensen weten wat ik bedoel. Gewoon moet ik zo’n drie kwartier waaien, draaien, zodat iedereen die barbecue daarna kan scheuren. Niemand zegt ooit, hey ja man, die barbecue is goed aan man, die kool daar links onder, goed geplaatst.

Kortom de voorbereiding duurt zo lang, om er uiteindelijk heel kort van te genieten. M’n vlees is net te heet, waar m’n groente al koud is.  Maar fuck it. Als ondankbaar werk verricht moet worden, dan moet het. Het is voor een goed doel tenslotte, denk ik terwijl ik waai. Komt er een klein stukje aanmaakblok op me, fucking zon.

“Als we niet naar Suriname kunnen brengen we het naar hier’’, zegt m’n moeder met een bakoven in haar hand. Plotseling wordt er een nasi gedraaid, een saté geprikt, ik moet mijn woorden terug nemen, het is helemaal geen moeite. We eten, lachen, en delen verhalen, mijn moeder zegt dat zulke warme dagen haar doen denken aan vroeger. Ik stel vragen over hoe het er toen aan toe ging en de barbecue gaat als de zon langzaam en zeker, ten onder.

Soms krijg je niet direct iets terug voor je input. Soms is input een tool, die je moet inzetten en gebruiken op de juiste momenten om er zo iets voor terug te krijgen dat veel meer waard is dan output. Via het raam van die kamer waar je niet zou inlopen toch in de kamer komen waar je niet wist dat je moest zijn. Zo moet je het zien.

Of ik nu wil zeggen dat leven een barbecue is? Zou wel lit zijn, eerlijk.

No tags 0 Comments 0

No Comments Yet.

What do you think?

Your email address will not be published. Required fields are marked *