Buiten: “Het enige verschil is dat ik er niet meer ben”

by

Terwijl ik vuilnis weg gooi kijk ik om me heen, er is precies niks veranderd. Het pleintje, de speeltuin, de portieken. Het enige verschil is dat ik er niet meer ben.

Banjerend met twee stinkende zakken vraag ik mezelf af, of dat nog gebeurt. Moeders die hun zonen van voetbalpleintjes moeten trekken, jongeren die straf krijgen omdat de lichten al lang en breed aanstonden, shiiiittt. Wat weet je van bang zijn om naar huis te gaan omdat je gaten in je nieuwe broek hebt?

Buitenspelen was vroeger dat ding man, dat hele ding, besef: we gingen wachten tot de sneeuw echt goed viel zodat als we daarin gingen voetballen het op Galactic football leek. We gingen tot het gaatje, gewoon om de volgende dag precies hetzelfde te doen.

Buitenspelen is karaktervorming, opeens ben je buiten zonder begeleiding. Tuurlijk mocht je maar van die paal tot die paal van je ouders, maar zijn dat nou echt de keren dat je even buiten je eigen buurt om gaat? Je maakte buiten dingen mee die je soms niet eens wou vertellen thuis. Dingen waarvan je blij was dat je die alleen met je vrienden mee maakte.

Eén van die vrienden, Cherayno, was één van m’n favo buitenspeelcompagnons. Niet omdat hij mij en mijn neefjes voor het eerst porno liet zien, niet omdat hij nog nooit gehoord had van een playstation eindtijd, niet omdat zijn moeder ons alle suiker snoep en frituur van de wereld liet eten, nee: gewoon omdat hij zo’n mattie was die binnen het verzinnen van mijn domme ideeën nooit rationeel tegengas gaf. Perfect voor mijn ideeën op die leeftijd.

De dag daarvoor hadden we bij hem op de bank gekeken naar een gekke Rocket Power aflevering. Otto wilde sneller op zijn skeelers gaan en bedacht zich dat je vasthouden aan een auto de oplossing hiervoor was. “Hoe waren wij hier nog nooit opgekomen?’’ zo keken Cheyrano en ik elkaar aan. Otto is een genie.

De volgende dag stonden we met skeelers op de parkeerplaats beneden, wachtend op de perfecte auto zodat we zo snel gingen dat we rechtstreeks in de tv geboost werden en met Otto konden chillen.

Te klein, nee teveel mensen. Hmm te opvallend, we zochten een grote familiewagen met een brede bumper zodat we ons beide goed konden vasthouden.

Daar kwam ‘ie, bruingroen-kleurig, op een heerlijk tempo aangerold, nog net voor dat hij om de bocht ging pakte we ‘m vast, eerst Cheyrano, daarna ik. De auto had het natuurlijk snel door en gaf gas, wij bleven vasthouden en gingen fucking fast.

Opeens voelde ik een blik, het was mijn moeder die vanaf  3-hoog met een duivelse, nee wat zeg ik, demonische blik naar beneden keek. Die blik zei.. ey weet je, ik zeg jullie eerlijk: mijn moeder is de liefste vrouw, dus ik bespaar jullie de details. Weet dat die blik alles behalve positief was.

Zoals de oude Hawaïanen zeiden: “Liever één klap in de lucht, dan tien voor je broek.”

No tags 0 Comments 0

No Comments Yet.

What do you think?

Your email address will not be published. Required fields are marked *