Bang zijn: “Vraag iemand in de Bijlmer hoe hoog Kikkenstein is”

by

Ik weet nog goed, de eerste keer dat ik bang was. Mijn ouderlijk huis. Bij mijn zussen op de bank. Mijn moeder had nachtdienst, wat sowieso het perfecte recept is voor jongeren die reckless dingen willen gaan doen. Childs Play was de film. In mijn hoofd dacht ik: ‘Kill, een pop, hoe eng kan een film over een pop nou zijn? Een pop met een tuinpak nota bene!’’ Nee man relax mij écht even.’ Als big man ging ik zitten voor de tv en ik heb het geweten, ik verschool me de gehele film in de gang tussen de jassen voor Chucky. Het duurde daarna jaren voor ik die film weer kon kijken. Oke fuck dat, als ik eerlijk ben heb ik pas twee weken geleden die film weer gekeken. Enerzijds voor de column anderzijds omdat: face your fears. Belangrijk.

Vooral omdat er als man een stigma op je wordt geplaatst alsof je een emotieloze, koude soort van I’ll Be Back-achtige robot moet zijn deze deze dagen. ‘Be a Man about it’, ‘Men up G’ zijn alleen al voorbeelden van dat angst iets is wat vrouwen voornamelijk horen te ervaren, wij mannen niet.

Ik ga het honderd houden met jullie, hoe je me hier zo ziet: big man, 25, alles. Schrijven als een wijze guy voor jullie. Ik heb de hoogtevrees van een vijfjarige. Kermis, pretparken: ik ben die guy die in die kleine attracties gaat en alsnog stoer doet. Hoge flats vermijden. Mind you, ik kom uit de Bijlmer: ik ben nota bene in een flat geboren. Met tantes en ooms die in Kikkenstein wonen. Ga iemand in de Bijlmer vragen hoe hoog Kikkenstein is.

Bang zijn. Angst, geen goede raadgever. Toch liet ik me veel te vaak leiden door angst vroeger. Bang voor je ouders, bang om fout te zitten, bang om uitgelachen te worden, bang om bang te zijn. Zoals ze in mijn tijd zeiden: ik was een softie, een mama’s jongen die teveel beschermd werd. Zelfs nog tot groep vier of vijf bracht m’n ma mij naar school, middenbouw al pa. Dit veranderde toen mijn tante uit Suriname bij ons kwam wonen: ‘Laat je die jongen niet alleen naar school gaan? Je gaat zien dat hij later niets zelf kanwaren de woorden die ze uitsprak. Confronterend, maar waar. Vaak liegen we om iets te beschermen en is het iets dat we beschermen angst. Dit natuurlijk ook door angst van haar, angst dat er iets met me kon gebeuren, maar ook zij leerde: onder haar vleugel of niet, er gaan sowieso dingen gebeuren en gek genoeg zouden die mij alleen maar sterker en slimmer maken. Zo is gebleken.

We weerspiegelen angst die wij zelf hebben op onze omgeving: ‘Noh je moet dat niet doen, noh dat kan niet’. Er is een interview van Jay-Z waar hij vertelt dat een oom van hem tegen hem zei: ‘G, wat rap je nog? You can’t do that.’ Jigga z’n response: ‘NO! YOU CAN’T DO THAT.’  De letterlijke lyric is vertaald: ‘Mijn oom zei ik kan nooit een miljoen platen verkopen, verkocht een miljoen platen bijna een miljoen keer.’ Dit zegt meer dan genoeg over dit punt, omdat zijn oom deze vorm van succes nog nooit had gezien achtte hij het niet mogelijk dat zijn kleine neefje dit ooit zou kunnen bereiken. Ongeacht de potentie skill of what so ever.

Nog steeds ben ik vaak bang. Nu alleen in de positieve zin van het woord of laat me zo zeggen: ik probeer angst nu als reminder te ervaren. Een reminder dat het oké is om te vallen, te falen, het maakt ons mens. Angst prikkelt, laat weten dat we op onze A-game moeten zijn of dat we er vandaag niet makkelijk vanaf komen. Bijvoorbeeld: de angst die twee teams voelen in aanloop naar een belangrijke wedstrijd maar dat ze tegelijk ook denken: ‘Noh man, deze is voor ons.’ Zo ervaar ik angst deze dagen.

Conclusie: als je me met Chucky ziet vechten, help Chucky. 

No tags 0 Comments 0

No Comments Yet.

What do you think?

Your email address will not be published. Required fields are marked *