Als dit allemaal voorbij is: “Of simpelweg een koffie op een terras, in een weke ochtendzon”

by

“Als dit allemaal voorbij is,” zeggen mijn vriendinnen en ik tegen elkaar: “Dan kom ik meteen naar Londen. Dan knuffel ik je de hele dag, hou ik je vast, gaan we naar buiten, met ons gezicht in de zon en dan laat jij me al je lievelingsplekken zien.”

“Als dit allemaal voorbij is gaan we een supergroot ABBA feest houden— eentje waar onze plannen voor de vorige gewoon bij verbleken. We sturen iedereen weg die geen flared jeans draagt.”

“Als dit allemaal eindelijk voorbij is boeken we meteen een vakantie. Dan gaan we een maand in Griekenland zitten en absoluut niks uitvoeren.”

Waren we naïef, om in maart de hoop te hebben dat we in augustus weer alles konden doen zonder de eeuwige schaduw die ons eraan herinnert in wat voor tijd we leven? Die ons daar ook aan dient te herinneren, begrijp me niet verkeerd. Waren we nog niet getekend door een soort grauw realisme dat met de tijd komt? Met elke dag die je doorleeft, elke keer dat hij daar staat en ons toespreekt in zijn grijze pak, met de geliefde doventolk erachter, elke discussie met je collega’s, familie of vrienden over wat nu écht empathie hebben voor je omgeving überhaupt betekent.

Ik herinner me de middelbare school en alle verhalen die in mijn geschiedenisboek stonden over vroeger. Mijn handen gleden over de zachte pagina’s en ik vroeg me af waarom kinderen de oorlog ‘spannend’ vonden in het begin. Het was een sentiment waar ik met mijn acht jaar nog nooit bij stil had hoeven staan: een grote gebeurtenis in de wereld, een historische gebeurtenis, ergens onderdeel van zijn— hoe verschrikkelijk dat dan ook is. Ik begreep het niet.

“Later vertel ik mijn kleinkinderen dat ik een wereldwijde pandemie heb overleefd,” zeggen mijn vriendinnen en ik tegen elkaar. Als we al kleinkinderen gaan krijgen. Ik denk aan een achtjarig meisje, dat over 50 jaar een geschiedenisboek vasthoudt en haar hoofd breekt over al die mensen in 2020, die dachten dat ze in augustus wel weer terug naar normaal zouden zijn.

Er is een erg grote kans dat er nooit meer een normaal zal zijn als voor deze pandemie. Maar gelukkig is bijna elke verandering eveneens een kans op vooruitgang. We zullen nooit meer hetzelfde naar de wereld kijken, nooit meer vergeten onze handen te wassen, onze geliefden te waarderen of simpelweg een koffie op een terras, in een weke ochtendzon, te zien als iets dat er altijd zal zijn. Misschien mogen Nederlanders nu eindelijk thuisblijven van zichzelf als ze eigenlijk griep hebben en hoeft niemand meer te lijden aan de hele ‘paracetamol erin en gaan’ mentaliteit. Misschien dat meer kleinkinderen nu af en toe een brief aan hun oma schrijven. Misschien dat nu het nut wordt ingezien van sociaal zijn en denken aan je medemens. Iedereen in de maatschappij als waardevol te zien.

Draag gewoon dat mondkapje. Hou die afstand. Denk aan je oma.

“Als het weer kan,” zeggen ik en mijn vriendinnen nu tegen elkaar. “Als het weer kan kom ik naar je toe.”

No tags 0 Comments 0

No Comments Yet.

What do you think?

Your email address will not be published. Required fields are marked *