De favorieten van Selina Stap

by

Het Lief Dagboek bestaat 3 jaar en om dat te vieren blikken we terug op al het moois wat we gedaan hebben. Iedere schrijver heeft voor de gelegenheid 2 favoriete columns gekozen, een van de schrijver zelf en een van een andere schrijver. De favorieten van Selina Stap: ‘Aan mijn lijf geen kleine mensjes polonaise’ en ‘Beschadigd, maar niet gebroken’ door Mercedes Coco en ‘Blackamang’ door Lost.


Aan mijn lijf geen kleine mensjes polonaise: “Waarom alle anticonceptie kut is”

Waarom alle anticonceptie kut is en het lezen van de bijsluiters traumatisch.

Anticonceptie, datgene dat wij vrouwen moeten spuiten, slikken of inbrengen om onbezorgd te kunnen seksen zonder dat we bang hoeven te zijn dat in onze baarmoeder zich een nieuwe mensje nestelt. Ik heb er jaren nooit echt over nagedacht. Er was één logische oplossing voor het vermijden van nieuwe mensenlevens in mijn baarmoeder en dat was dé pil. Op mijn 14ebegon ik met dit ding. Midden in mijn vorming van puber naar jonge vrouw. Zoals Britney het zo legendarisch bezong ‘I am not a girl, not yet a woman’. Die periode. Maar dé pil dus. Want ja, iedereen zat eraan en mocht ik besluiten mijn maagdelijkheid te verliezen, dan was ik in ieder geval SAFE. Maar safe voor wat eigenlijk? Ja, voor de voorkoming van een foetus in mijn buik. Maar zeker niet safe voor de hoeveelheid hormonen die ik elke avond netjes mijn lichaam inslikte.  Tot mijn 24elevensjaar heb ik de pil geslikt, tien jaar dus. Geen notitie makend van de moodswings of het feit dat ik sowieso wat onzijdig in het leven stond. Niet depressief, niet heel erg down maar Zwitserland: neutraal.

Totdat ik op een mooie septemberdag een artikel las op Broadly over een Deens onderzoek dat depressieve klachten bij een grote groep vrouwen onlosmakelijk verbond met het gebruik van dé pil. Nadat ik het hele artikel had gelezen werd een besluit genomen. GEEN pil meer voor mij! Stoppen met dat ding. Bij elk nieuw bezoek van een penis in mijn vagina zou die huiselijke bezichtiging gepaard gaan met een condoom. Ik had al gelezen dat het even duurt voordat de hormonen van de pil uit je lichaam waren verdwenen, maar na ongeveer een half jaar merkte ik verschil. Ik voelde me lichter, dichterbij mijn emoties en vooral tien keer GEILER dan voorheen. Een nieuwe ontwikkeling die zich voor het eerst openbaarde toen ik onbezonnen aan het werk was in de winkel waar ik tijdens mijn studie bijverdiende. In mijn eentje achter de toonbank voltrok zich een sensatie in mijn poes die lang niet op die manier aanwezig was geweest. Op een locatie die net zoveel seks uitstraalde als de Borrselse kerncentrale gleed ik bijna van mijn stoel van hitsigheid. IK MOEST NEUKEN. Don’t get me wrong, daarvoor had ik een prima seksleven. Ik had vaak een vast scharrel, verschillende bootycalls of soms een verrassende onenightstand. Ik had ook vaak zelf zin in seks, maar dit… DIT. Mijn libido steeg met zeker 70%. Van iemand die prima een paar weken of zelfs maanden (ja mensen, maanden) geen seks kon hebben als het er gewoon niet van kwam, ging ik naar iemand die elke dag wel READY-SET-GO was. Zo moeten mannen zich dus voelen… dacht ik. Altijd wel zin in seks, zelfs als ik uitgeput met maar 2 uur slaap en een stressdag in bed lag. GEEN PROBLEEM. Ik had dus het ei van Columbus ontdekt. Geen pil, geen hormonen maar gewoon het ouderwetse condoom! Scheelde mij ook weer mijn halfjaarlijkse check-up bij de SOA-poli.

Maar helaas, twee jaar later kwam er een eind aan dit seksuele geluk. Althans, wat anticonceptie betreft. Ik werd namelijk smoorverliefd en kreeg een vriend en ja, dan DAN is het condoom opeens een heel onhandig object dat instaat tussen de zo geliefde hete en spontane neukmomenten. In de douche, in de keuken, op de bank, elke keer moet de trip naar het bed en vooral het nachtkastje gemaakt worden voordat we echt de liefde kunnen bedrijven. Dus ja nu? Nu ben ik toch weer van mijn roze condoomwolk afgestapt en op zoek naar een alternatief. Een reis op het internet door allerlei verschillende forums en websites waar ik inmiddels vrij traumatisch ben uitgekomen. Het één is nog verschrikkelijker dan het ander. Van de pil word ik Zwitserland. Van een spiraal stijgen je cortisolwaarden (stress).  Kramp en eventuele nierstenen zijn geen uitzondering. Een prikpil is ook vol hormonen en onhandig. Van de Ladycomp (temperatuur meten) worden veel vrouwen alsnog zwanger en van de koperspiraal krijg je extra bloedingen en kun je zelfs een kopervergiftiging krijgen. En dan hebben we het nog niet eens over de andere bijwerkingen die ze blijkbaar allemaal schijnen te hebben: haaruitval, depressie, acne, migraine, gewichtstoename, infectie van de geslachtsorganen en zo kan ik nog wel even doorgaan. WAT EEN GEZEIK. Is er dan niets wat er gewoon voor zorgt dat ik blijf zoals ik ben, zonder extra hormonen en met de zekerheid dat ik niet een kleine spruit op deze sowieso al overbevolkte wereld hoef te zetten?

Het antwoord, na velen uren op het internet is: nee eigenlijk niet. Aids is niet meer dodelijk, we kunnen niet bestaande werelden creëren met virtual reality, we kunnen verdomme zelfs op zoek naar water op Mars! Maar een middel om vrouwen zelf te laten kiezen wanneer ze wel of niet vruchtbaar zijn, die 100% betrouwbaar is en met NUL bijwerkingen is blijkbaar een onmogelijke opgave. Gelukkig is er alleen maar 50% van de gehele wereldbevolking die hier baat bij zou hebben. 3,5 miljard vrouwen die een vreugdesprong zouden maken. En de mannen in dit verhaal? Wetenschappers in Edinburgh hebben in 2016 onderzoek gedaan naar een hormooninjectie als anticonceptie voor mannen. Helaas stopten ze na een paar weken omdat een groot deel van hun proefpersonen was afgehaakt. Ze hadden last van stemmingswisselingen, acne of een verminderd libido. Ja, NO SHIT SHERLOCK. Dat kennen wij vrouwen al tientallen jaren! En hoor je ons zeiken? Nee! Nou ja, alleen ik dan: Het Zeikwijf. Maar dat zit in mijn naam, dat mag. Dus ja, nu? Maar kijken waar het schip strand en hopen dat er onder de volgende zaadlozing zich geen Usain Bolt spermacel bevindt die met een noodgang mijn baarmoeder bestormt? Nee, een te groot risico. Dus uiteindelijk ben ik toch gezwicht. Voor het Kyleena spiraal welteverstaan. Schijnbaar minder hormonen dan een Mirena spiraal en daarbij minder kans op weer een emotionele uitzetting naar Zwitserland. Ik hoop dat dit ook echt het geval is en dat ik andere vrouwen kan wijzen op deze nieuwe ontdekking. Baby’s zijn schattig en ooit wil ik dolgraag mijn baarmoeder openen voor die ene uitverkoren spermacel, maar voorlopig aan mijn lijf geen kleine mensjes polonaise.

Hartje, Het Zeikwijf.

door Selina Stap.


Beschadigd, maar niet gebroken: “Hij gaf me een klap”

De tuin was koel en de bloemen waren vol in bloei. De bomen hielden het meeste zonlicht tegen. Het was er lang niet slecht vertoeven. Er was geen geraas van een drukke stad, af en toe hoorde je een stem uit een tuin of huis ergens in de buurt. Ik keek naar één van de katten. Zo elegant als ze als haar jonge zelf was liep ze door de tuin. Plots keek ze verschrikt op, een fractie van een seconde erna rende ze angstig weg.

Zijn grote, donkere ogen keken de mijne schichtig aan, alsof hij net als de kat het liefst de andere kant op gerend had, maar met zijn handen hield hij het hek stevig vast, zijn ogen weken snel af. Ik bleef naar hem kijken in afwachting van zijn volgende beweging.
Er gebeurde niet veel, toch ging hij ook niet weg. Het leek of hij de woorden of handelingen niet kon vinden om het werkelijke contact te maken. Ik besloot een eerste stap te zetten.
‘Hallo.’ zei ik met mijn kalme, lage stem.
Hij leek het te horen, maar in tweestrijd met zichzelf te zijn, óf, en als hij dat al zou doen, hoe te reageren.
‘Je mag wel binnenkomen, hoor.’ De tuin was immers groot genoeg.
Hij bleef bij het hek staan, ik zag hem de keuze overdenken. De buitendeur zou open gemaakt moeten worden met vijf slotjes of hij kon langs het hek, bukken, over een bloempot stappen, maar dat leek niet goed te voelen. Plots bewoog hij, de keuze was gemaakt, en begon aan het onderste slot van het simplistische ijzeren hekwerk. De bovenste sloten waren voor hem te hoog, dus ik liep er naar toe om deze te openen. Door onze samenwerking werd hetgeen wat ons scheidde verholpen.

Op de buitentafel stond wat stokbrood, kaas en andere versnaperingen die men op zondagmiddag bij elkaar raapte wanneer er een kurk van een fles wijn werd getrokken. Mijn glas stond daar ook, leeg, want de kurk zat nog in de fles.
Geboeid keek hij naar de tafel, het oogcontact met mij had hij nog vermeden. Zijn lichaamshouding liet zien dat hij enthousiast werd, zoals ieder ander kind enkel was geworden van het zien van een goed gevulde snoeptrommel. Hij werd enthousiast van brood.
Voor ik hem had gegeven waar hij naar had gesmacht, was ik samen met hem naar zijn voorlopige thuis gegaan om toestemming te vragen. In die ene straat was hij tot drie keer toe gestopt met lopen. Hij durfde niet. Bij de laatste keer had ik voorgesteld elkaars hand vast te houden. Hij had me vol verbazing aangekeken.
‘Je hoeft het niet alleen te doen. We gaan toch samen.’ Hij probeerde de woorden te begrijpen, kneep zijn ogen even dicht en toen weer open. Ik stak mijn hand uit, hij greep deze vast met dezelfde kracht als hij even daarvoor het hek had vastgepakt. Samen ging ons het wel lukken.

‘Zie je, als je iets vraagt, dan mag het soms en hoef je niks stiekem te doen.’ vertelde ik hem, terwijl hij aan het smikkelen was van een broodje met kruidenkaas. Onderhand was het misschien al zijn derde. Door het vrezen voor honger, had hij zichzelf aangeleerd zich te goed te doen aan alles wat hij vinden kon. Misschien hoopte hij dat hij zo veel kon eten dat hij de volgende keer geen honger meer had. Ik gaf hem een glas water.

‘M-m-m-m.. M-a-a-mag ik daarmee spelen?’ Ik merkte op dat wanneer hij iets vroeg hij begon te stotteren en zijn blik afwende. Bang voor afwijzing, die hij talloze keren had gekregen.
‘Ja, tuurlijk.’ Ik gaf hem de twee plantenspuiten die op de grond stonden.
Na enkele minuten spelen zag ik iets van het kind dat hij hoorde te zijn. Hij haalde de onderdelen uit elkaar, zette het weer in elkaar, spoot de planten nat en begon weer opnieuw. Diverse keren vulde ik het water weer bij, zodat hij opnieuw aan zijn bedachte spel kon beginnen. Tot één van de twee het ineens niet meer deed, er was een onderdeel kapot gegaan.
‘Hij doet het niet meer.’ Met zijn ogen gericht op het niet werkende apparaat, was het duidelijk dat hij met deze zin om hulp vroeg.
‘Kom, ik ga je helpen.’
Al snel kwam ik tot de conclusie dat hetgeen wat we nodig hadden, de functie die het had niet meer kon uitoefenen. Het was beschadigd. Zo gaat dat wel eens, als je zorgeloos speelt. Ik zette het ding in elkaar, met de onderdelen die het nog deden, en probeerde uit te leggen dat we het hiermee moesten doen. Het werkte nog steeds, maar het had een stootje gekregen. Zo gaat dat wel eens, ik kon het weten.
‘Sukkel, je ziet toch dat ’t het niet doet.’ Ik reageerde niet.
‘Ben je blind ofzo!’
‘Nee, dat ben ik niet, maar kijk, je kan er nog wel iets mee doen. Misschien kunnen we het op een andere manier weer maken.’ zei ik en ik stak mijn hand uit om het ding te pakken.
‘NEE!’ Hij gaf me een klap.

Zijn grote ogen weken opnieuw af en hij liep naar de andere kant van de tuin, wachtend op mijn woede en tirade. Dat kwam niet.
‘Hey,’ Ik liep naar hem toe. ‘Dat is toch niet aardig?’
‘Nou en!’ Als hij zou blijven schreeuwen, zou ik dat ook gaan doen, dacht hij.
Ik hurkte naast hem neer, draaide mijn hoofd en probeerde oogcontact met hem te maken. Zijn hand pakte ik zachtjes vast. Hij keek nog steeds weg.
‘We zijn toch vrienden?’ Er gebeurde niets. ‘Als we vrienden zijn, dan moeten we het ook weer goedmaken. Zullen we dat doen?’

Hij was een jongetje van 6, met veel te veel bagage voor een kinderleven,. Hij was gewend aan eenzaamheid, kende geen moederliefde, enkel het instinct om te overleven. Om zo veel mogelijk te eten, zodat hij geen honger meer kon lijden. Om te schreeuwen en te slaan voor er geslagen werd. Om het niet te goed te maken, zodat je niet nog eens kon worden verlaten. Liever woede, dan verdriet. Als er al iemand naar je omkijkt, zien ze door het geschreeuw, de beschadigingen namelijk niet. Naar mij had wel iemand omgekeken en door mijn geschreeuw heen, mijn beschadigingen gezien, maar zijn grote, donkere ogen vertelde me: Naar hem niet.

Zijn handdruk verstevigde, zijn blik pakte de mijne. We begrepen elkaar. Je trapt diegene van je af bij wie je, al was het maar voor heel even, veilig was. Je verwacht bij enkelen onvoorwaardelijke liefde, hoe hard je ook spuugt, schreeuwt of slaat. Op zijn minst één iemand, die je nooit en ten nimmer verlaat. Ik had er meer dan één, hij geen.

Ik pakte de plantenspuit en drukte op de knop. Er kwam wat water uit, door de beschadiging deed ’t het simpelweg minder goed. Ik gaf hem het apparaat, hij zuchtte diep en keek er bedenkelijk naar. Zoekend naar een oplossing om zijn spel voor te zetten.
In principe hadden wij alle drie iets met elkaar gemeen; hij, ik en de plantenspuit. Gaandeweg was er bij ons allemaal iets beschadigd, bij de één meer dan bij de ander, maar we deden het allemaal nog. Er was bij ons drie iets afgepakt, wat we niet vrijwillig hadden gegeven. Zodoende deden we ons best om met de oerkracht die we in ons hadden door te leven. Het belangrijkste was dat er tenminste één iemand zou zijn die ons niet zou opgeven. Mijn beschadiging was van jaren geleden. Die van hen van het heden, terwijl het jongetje van 6 zorgeloos had moeten spelen.

Op dat moment, terwijl ik naar het kind met de grote ogen keek, maakte ik de belofte aan mezelf er voor hem te zijn. Als hij aan het hek hing, wilde spelen, schreeuwen of gewoon als hij een broodje wilde eten.
Hij draaide zich naar me toe, reikte de beschadigde plantenspuit aan, zorgelijk bekeek hij het ding. Hij dacht na, we dachten hetzelfde.
‘Maar niet weggooien, hè.’
‘Nee, beloofd.’

door Mercedes Coco.


Blackamang: “Nu is de tijd”

Ik ben

Moe maar dat moet niet
Kwaad maar dat mag niet
Trots maar dat hoort niet
Hoort iemand ons?

Ik ben

Krassend door elke zin,
maar geen enkele vindt
die beschrijft
Kijk,

Ik ben

klaar met gelijk
Nu zijn wij
Kwa en Lee, nu wij, nu wij

Weet hoe ze denken
hoe ze voelen,
hoe ze kijken dan naar mij

Of ik voordraag of gedragen wordt
Leid of voorgeleid

Blackamang

Tot je begrijpt
Tot je accepteert
Dat ik ben en ik blijf

Juist
Voor zij, die zijn gegaan
Voor zij, die nog moeten zijn

Nu
is de tijd.

Blackamang

Weet het draait om wij

Ik weet wij
zijn gelijk.
Maar,

Praat met m’n moeder
kies woorden wijs

Ziek, maar wie ben ik

No tags 0 Comments 0

No Comments Yet.

What do you think?

Your email address will not be published. Required fields are marked *